Toon items op tag: Estate Planning
Nu ook verrekening van Buitenlandse erfbelasting voor roerende goederen
Het Grondwettelijk Hof besliste in de zaak Boer (arrest 80/2021 van 3 juni 2021) dat het Vlaamse gewest ook verrekening moet toestaan van buitenlandse erfbelasting geheven op roerende goederen. Het doorbreekt daarbij de symmetrie tussen de heffing in het recht van overgang en de verrekening in het successierecht, die door de wet immers enkel voorzien was voor onroerende goederen.
We bekijken het arrest hier nader en situeren het in de historische context. Daarna bekijken we de mogelijke concrete gevolgen voor de praktijk.
STAK & UBO: How to get your ducks in a row
31 augustus 2021 was de ultieme deadline voor de jaarlijkse bevestiging van de UBO-registratie en voor het uitvoeren van de nieuwe verplichting waarbij informatieplichtige entiteiten in het UBO-register "elk document moeten opladen dat aantoont dat de informatie met betrekking tot de uiteindelijke begunstigden adequaat, nauwkeurig en actueel is."1 Op dezelfde dag werd ook een nieuwe update van de Frequently Asked Questions (‘FAQ’) op de website van de FOD Financiën gepubliceerd. Ditmaal met enkele nieuwe hoofdstukken, waaronder ook hoe men een stichting administratiekantoor (‘STAK’) in de structuur dient te registreren.
Successieplanning onder het nieuwe goederenrecht
Op 1 september 2021 trad het nieuwe goederenrecht in werking. Eén van de hoofdstukken van het nieuwe “Boek 3” van het burgerlijk wetboek betreft het recht van vruchtgebruik. In het kader van een successieplanning komt een vruchtgebruik heel vaak voor. Denk maar aan het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot. We stippen hieronder enkele nieuwe bepalingen aan waar in het kader van een successieplanning best rekening mee wordt gehouden.
Nieuw standpunt van de Vlaamse Belastingdienst inzake de voorafgaande schenking bij de gesplitste aankoop. The end of a saga?
De techniek van de gesplitste aankoop is een welgekende techniek van successieplanning en wordt traditioneel toegepast in familieverband. De ouders kopen het levenslange vruchtgebruik en de kinderen de blote eigendom van het onroerend goed. Bij het overlijden van de ouders wast het vruchtgebruik automatisch aan bij de blote eigendom en wordt het kind van rechtswege de volle eigenaar van het onroerend goed, zonder dat dit aanleiding geeft tot de verschuldigdheid van erfbelasting.
Voor velen onder ons klinkt dit als muziek in de oren, maar toch is het opletten geblazen. Wie de spelregels van de gesplitste aankoop niet volgt, riskeert na het overlijden toch fiscaal te worden afgestraft.
Katrien Van Boxstael & Laurenza Koljaj verduidelijken.
Het volledige artikel, dat verscheen in "TaxWin" op 11 november 2020, hier.
Verblijvingsbeding in het huwelijkscontract met betrekking tot goederen in onverdeeldheid tussen echtgenoten: Vlabel spreekt zich uit over de gevolgen op vlak van erf- en registratiebelasting
In een Voorafgaande Beslissing nr. 19053 van 21 oktober 2019 heeft de Vlaamse Belastingdienst zich uitgesproken over de gevolgen op vlak van erf- en registratiebelasting van een verblijvingsbeding overeengekomen in het huwelijkscontract met betrekking tot goederen die tussen de echtgenoten in onverdeeldheid zijn.
Katrien Van Boxstael en Laura Goossens nemen de gevolgen onder de loep.
Lees het volledige artikel, dat verscheen in "TaxWin" op 22 januari 2020, hier.
Inbreng gevolgd door een schenking: fiscaal behandeld als een conjunctieve ascendentenverdeling
In een recente voorafgaande beslissing oordeelde de Vlaamse Belastingdienst dat een inbreng gevolgd dooreen schenking in een specifiek geval fiscaal behandeld wordt als een conjunctieve ascendentenverdeling.
Lees de volledige analyse van Noreen Somers, die verscheen in "TaxWin" op 19/03/2021, hier.
Toekenning van schuldvorderingen in een erfovereenkomst – Vlabel verandert van mening wat betreft de gevolgen op vlak van erf- en registratiebelasting
In een Standpunt nr. 19006 van 18 maart 2019 heeft de Vlaamse Belastingdienst zich voor de eerste keer uitgesproken over de gevolgen op vlak van erf- en registratiebelasting van de toekenning van eenschuldvordering in een globale erfovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 1100/7, §1, derde lid BW. De dienst heeft onlangs haar mening daarover gewijzigd; het Standpunt nr. 19006 werd aangepast op 11 mei 2020.
Lees het volledige artikel door Katrien Van Boxstael dat verscheen in "TaxWin" op 05/06/2020 hier.
Kunt u de onderhoudsbijdragen die u betaalt aan uw voormalige echtgeno(o)t(e) aftrekken van uw belastbaar inkomen?
Onderhoudsbijdragen zijn fiscaal aftrekbaar tot 80% van het betaalde bedrag, indien gelijktijdig aan verschillende voorwaarden wordt voldaan.
Afbraak en heropbouw (6% btw): voorwaarde enige woning die hoofdzakelijk wordt gebruikt als eigen woning en aandachtspunten voor de notariële praktijk
Naar aanleiding van de Covid-19-pandemie heeft de regering heel wat economische relancemaatregelen gelanceerd. Eén van de meest baanbrekende maatregelen op fiscaal vlak is ongetwijfeld de tijdelijke uitbreiding van het verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak en heropbouw. Als gevolg van deze maatregel is het gedurende een periode van twee jaar (2021- 2022) ook mogelijk om een nieuwe woning of appartement, die na afbraak van een bestaand gebouw werden opgericht, met toepassing van 6% btw aan te kopen (i.p.v. 21% btw).
Omdat een verlaagd btw-tarief ingevolge de Europese btw-richtlijn een sociale inslag moet hebben, werden er een aantal voorwaarden voorzien waaraan de koper moet voldoen om in aanmerking te komen voor deze tijdelijke maatregel. Deze voorwaarden doen sterk denken aan de voorwaarde van enige eigen woning die in Vlaanderen wordt gesteld in het kader van het verlaagd 6% verkooprecht, maar de invulling ervan is beduidend anders. In deze bijdrage gaan de auteurs in op de belangrijkste verschilpunten tussen beide regimes en wordt ook stilgestaan bij een aantal belangrijke aandachtspunten voor de notariële praktijk.
Lees de volledige bijdrage van Stein De Maeijer hier. Een publicatie die verscheen in Bericht aan het notariaat 2021/1.
De erfrechtelijke verrekening van de schenking van gemeenschapsgoederen – Cassatie spreekt zich uit
Het gebeurt vaak: ouders, gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, schenken samen gemeenschappelijke goederen aan hun kinderen. Nochtans heerst er rechtsonzekerheid over de erfrechtelijke verrekening van zulke schenkingen door inbreng of inkorting, indien de echtgenotenschenkers een beding van ongelijke verdeling van hun huwgemeenschap hebben opgenomen in hun huwelijkscontract. Inbreng geschiedt alleen in de nalatenschap van de schenker, maar deze regel is niet altijd eenvoudig toe te passen wanneer het een schenking betreft, uitgaande van twee echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapsstelsel.
Lees de volledige publicatie van Dominique De Bie en Laura Goossens hier, die verscheen in Bericht aan het notariaat 2021/1.