Advocaten / Avocats / Lawyers

vrijdag, 17 september 2021

Kunt u de onderhoudsbijdragen die u betaalt aan uw voormalige echtgeno(o)t(e) aftrekken van uw belastbaar inkomen?

Onderhoudsbijdragen zijn fiscaal aftrekbaar tot 80% van het betaalde bedrag, indien gelijktijdig aan verschillende voorwaarden wordt voldaan.  

Onderhoudsbijdragen die u aan uw voormalige echtgeno(o)t(e) en/of kind betaalt zijn fiscaal aftrekbaar tot 80% van het betaalde bedrag, mits aan drie voorwaarden is voldaan:

  • ze worden regelmatig betaald
  • aan een persoon die geen deel uitmaakt van uw gezin op het ogenblik van betaling
  • ter nakoming van een wettelijke verplichting tot onderhoud.

Als ze niet worden betaald in het jaar waarop ze betrekking hebben, zijn de onderhoudsgelden aftrekbaar mits enkele bijkomende voorwaarden voldaan zijn. U vermeldt in alle gevallen in uw aangifte de identiteit van de personen aan wie deze onderhoudsbijdragen zijn betaald en u kunt dit bewijzen door middel van bewijsstukken, zoals een bankoverschrijving.

Wat wordt bedoeld met “regelmatig betaald”?

De betalingen moeten op regelmatige basis worden verricht, d.w.z. met bepaalde, vaste tussenpozen, bijvoorbeeld maandelijks, driemaandelijks of herhaaldelijk ter gelegenheid van bepaalde gebeurtenissen. Zo kan een betaling die jaarlijks, of twee tot drie keer per jaar wordt gedaan, als regelmatig worden beschouwd. Uiteraard is een lichte vertraging in de betaling aanvaardbaar, bijvoorbeeld een betaling twee tot drie maanden na de periode waarop de betaling betrekking heeft.

Deze voorwaarde speelt niet wanneer de uitgaven niet van periodieke aard zijn, zoals brandstofkosten – waarvan de betaling een onderhoudsbijdragenbetaling in natura kan uitmaken - of buitengewone uitgaven in verband met kinderen (zoals gedefinieerd in artikel 203bis van het Burgerlijk Wetboek). Zo kan, in bepaalde omstandigheden, de aankoop van een wagen als aftrekbaar onderhoudsgeld worden aanvaard zolang deze kosten aan de overige voorwaarden voldoen (met name: gedaan ter uitvoering van een wettelijke verplichting tot onderhoud, in dit geval artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek).

Het onderhoudsgeld moet betrekking hebben op kosten die onder de relevante bepalingen van het Burgerlijk Wetboek bedoeld worden. Zo worden bijvoorbeeld zakgeld of geld dat op de spaarrekening van het kind wordt gestort of verjaardagscadeaus niet geaccepteerd als aftrekbare onderhoudsbijdragen. De betaalde bedragen (100% van het betaalde bedrag) moeten worden vermeld in de aangifte in vak VIII “Vorige verliezen en aftrekbare kosten” in code 1390 (of code 1392 indien de onderhoudsgelden gezamenlijk door de echtgenoten of wettelijk samenwonenden verschuldigd zijn) (aanslagjaar 2022).

Wat wordt verstaan onder “geen deel uitmaken van het gezin”?

Het niet-behoren tot het gezin betekent dat de ontvanger van de onderhoudsbetalingen niet langer op hetzelfde adres woont met de bedoeling om gescheiden te wonen. Dit impliceert een zekere psychologische, sociale en financiële autonomie. Neem het geval van een student die een studio huurt in de buurt van haar/zijn universiteit, waar zij/hij samenwoont met vrienden. Als zij/hij zich daar ook inschrijft in het bevolkingsregister en in haar/zijn naam energiecontracten afsluit en zelf de rekeningen betaalt met onder andere de onderhoudsbijdragen die zijn/hij ontvangt van de ouders en de inkomsten uit een studentenjob, dan kan deze student beschouwd worden als geen deel uitmakend van het gezin van zijn ouders. Er zijn verschillende elementen die aanwijzen dat zij/hij op een duurzame wijze een apart huishouden heeft gevormd.

Wat betekent “ter nakoming van een wettelijke verplichting tot onderhoud”?

De betaling moet worden verricht ter voldoening van een bij wet vastgestelde en opgelegde onderhoudsverplichting. Hiermee worden de volgende onderhoudsverplichtingen bedoeld:

  • Ouders met betrekking tot hun kinderen op grond van artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek
  • Kinderen ten opzichte van hun ouders op grond van artikel 205 van het Burgerlijk Wetboek
  • Tussen ex-echtgenoten op grond van artikel 301 van het Burgerlijk Wetboek
  • Tussen echtgenoten die gescheiden zijn op basis van de artikelen 221 en 223 van het Burgerlijk Wetboek
  • Tussen wettelijk samenwonenden, in sommige gevallen.
  • Door een soortgelijke wettelijke verplichting in een buitenlands recht.

Als er een wettelijke verplichting tot onderhoud bestaat, is het niet nodig dat de betaling van de onderhoudsgelden werd opgelegd bij rechterlijke beslissing. Bijvoorbeeld de onderhoudsbijdrage die tussen gescheiden ouders is overeengekomen zonder gerechtelijke tussenkomst is aftrekbaar, op voorwaarde dat aan alle bovengenoemde voorwaarden is voldaan.

Wanneer het betalen van onderhoudsgeld niet is opgelegd door een rechterlijke beslissing of overeengekomen in een overeenkomst van echtscheiding door onderlinge toestemming, verhoogt de kans op betwisting door de belastingadministratie. Wanneer de bijdragen bij rechterlijke beslissing zijn vastgesteld en niet spontaan worden uitbetaald ter uitvoering van die eerdere beslissing, maar na een nieuwe veroordeling wegens niet-betaling, zijn de bijdragen niet langer aftrekbaar.

Wanneer het regime van fiscaal co-ouderschap toegepast wordt, kunnen de betaalde onderhoudsbijdragen niet afgetrokken worden. Omgekeerd verliest de ouder die de onderhoudsbijdragen voor een kind aangeeft als aftrekbare besteding, het belastingvoordeel van het fiscaal co-ouderschap voor dat kind.

Hoe zit het met onderhoudsbijdragen die in natura worden betaald?

De onderhoudsbijdragen hoeven niet noodzakelijk in geld te worden betaald. Onderhoudsgeld kan ook in natura worden betaald. Dit is bijvoorbeeld het geval voor een ex-echtgeno(o)t(e) die bepaalde uitgaven van de andere echtgeno(o)t(e) overneemt om aan de verplichting van artikel 301 van het Burgerlijk Wetboek te voldoen, zoals het betalen van de huur van een woning of van elektriciteitsrekeningen. Het is ook mogelijk dat de gezinswoning van beide echtgenoten, tijdens de echtscheidingsprocedure (bij wijze van dringende maatregel) of levenslang, gratis ter beschikking wordt gesteld van een van de echtgenoten. In de rechtspraak wordt aanvaard dat dit kan kwalificeren als onderhoudsgeld in natura, maar een beoordeling per geval is vereist.

 Merk in dit verband op dat de belastingadministratie het standpunt verdedigt dat de “vrije terbeschikkingstelling van een woning kan worden gelijkgesteld met een betaalde onderhoudsbijdrage, maar dat de huurwaarde van de gezinswoning die aan beide echtgenoten toebehoort en die tijdens de echtscheidingsprocedure aan een van de echtgenoten ter beschikking wordt gesteld, geen onderhoudsbijdragentoelage is”, op grond van het feit dat deze echtgeno(o)t(e) reeds het recht op gebruik en genot had (Com. IB nr. 90/20 en 104/54).

Wat met de onderhoudsbijdragenbedragen die worden betaald in de vorm van een eenmalig bedrag, de zogenaamde “gekapitaliseerde onderhoudsbijdragen”?

De onderhoudsbijdragen aan de ex-echtgeno(o)t(e) in geval van een echtscheiding kan worden gekapitaliseerd. De eenmalige betaling is dan in het jaar van de betaling aftrekbaar. De begunstigde van dit kapitaal zal jaarlijks belast worden op basis van een omzettingsrente.

Kan de betaling van dit kapitaal worden gespreid, zonder dat het geherkwalificeerd wordt als een reguliere betaling? Dit kan voordelig zijn als de netto-inkomsten van de schuldenaar van dat jaar lager zijn dan het betaalde kapitaal en zij/hij dus niet de volledige aftrek kan genieten. De rulingcommissie lijkt dit te aanvaarden. In een eerste voorafgaande beslissing ging het om onderhoudsbijdrage die in het kader van een echtscheiding in onderlinge toestemming werd betaald. De rulingcommissie heeft aanvaard dat het kapitaal in vijf schijven over vijf jaar wordt betaald (ruling 2017.764 van 23.01.2018). In een andere voorafgaande beslissing werd de betaling in drie termijnen toegestaan (ruling 2016.773 van 17.10.2017).

Hoe zit het met de onderhoudsbijdragen betaald in het jaar waarin de feitelijke scheiding plaatsvindt?

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen onderhoudsbijdragen die worden betaald voor kinderen enerzijds en dewelke worden betaald aan de partner anderzijds.

  • Wat de onderhoudsbijdragen betreft die voor de kinderen zijn betaald in het jaar waarin de ouders uit elkaar zijn gegaan, aanvaardt de belastingdienst de gelijktijdige toepassing van de artikelen 136 C.I.R. 92 (over de ten laste neming) en 104 C.I.R. 92 (betreffende de aftrekbaarheid van alimentatiebetalingen) wanneer de voorwaarden voor de ten laste neming van de kinderen zijn vervuld door een van de ouders (de kinderen maken deel uit van het huishouden van die ouder) en de voorwaarden voor de aftrekbaarheid van de voor diezelfde kinderen betaalde alimentatiebetalingen zijn vervuld door de andere echtgenoot (de kinderen maken geen deel uit van het huishouden van de andere ouder). (Circulaire Ci.RH.331/580.592 van 25 januari 2007).
  • Voor de onderhoudsbijdragen die in het jaar van de feitelijke scheiding aan de partner zijn betaald, staat de belastingadministratie nu ook de aftrekbaarheid toe op voorwaarde dat de voorwaarden van art. 104, 1°, WIB92 vervuld zijn en dat de onderhoudsbijdragen als diverse inkomsten worden beschouwd in hoofde van de andere echtgeno(o)t(e) (Circulaire Ci.RH.331/580.592 25 januari 2007).

Conclusie

Onderhoudsbijdragen betaald aan een voormalige echtgeno(o)t(e) of kind zijn aftrekbaar tot 80% van het betaalde bedrag als ze ter nakoming van een wettelijke verplichting tot onderhoud regelmatig worden betaald aan een persoon die geen deel uitmaakt van het gezin op het moment van betaling.

Als ze niet worden betaald in het jaar waarop ze betrekking hebben, zijn de onderhoudsgelden aftrekbaar mits enkele bijkomende voorwaarden voldaan zijn. Onderhoudsgeld in natura kan ook worden afgetrokken, mits de voorwaarden voldaan zijn. Ook gekapitaliseerde onderhoudsbijdragen zijn aftrekbaar en een betaling in schijven lijkt te worden aanvaard. Het is aan de belastingplichtige om het bewijs te leveren van betaling en de identiteit van de ontvanger.

Meer informatie over de fiscaliteit van (ex-)partners en hun kinderen vindt u terug in onze brochure specifiek over dit thema, die u hier kan downloaden.

 

Alain Van Geel - Partner (alain.vangeel@tiberghien.com)

Larissa De Wulf - Counsel (larissa.dewulf@tiberghien.com

Mona Vera - Associate (mona.vera@tiberghien.com)

 

Tiberghien Brussels

Tour & Taxis

Havenlaan|Avenue du Port 86C B.419
BE-1000 Brussels
T +32 2 773 40 00
F +32 2 773 40 55

info@tiberghien.com

Tiberghien Antwerp

Grotesteenweg 214 B.4
BE-2600 Antwerp
T +32 3 443 20 00
F +32 3 443 20 20

info@tiberghien.com

Tiberghien Ghent

Esplanade Oscar Van de Voorde 1
BE-9000 Gent
T +32 9 265 95 51

info@tiberghien.com

Tiberghien Hasselt

Koningin Astridlaan 35
BE-3500 Hasselt
T +32 11 57 00 13

info@tiberghien.com

Tiberghien Luxembourg

23, Boulevard Joseph II
LU-1840 Luxembourg
T +352 27 47 51 11
F +352 27 47 51 10

info@tiberghien.com