Toon items op tag: Voluntary Disclosure
Hoe de BBI van een kale reis bij de betaaloperatoren kan thuiskomen…
De onderzoeksbevoegdheden van de fiscale administratie (evenals van de BBI) doen meer dan eens stof opwaaien bij belastingplichtigen en in de fiscale literatuur. Belastingplichtigen worden nl. vaak geconfronteerd met een fiscale administratie die de grenzen van haar wettelijke onderzoeksbevoegdheden meer en meer aftast (en zelfs te buiten dreigt te gaan). De vraag hoever die grens dan wel reikt, is onmogelijk eenduidig te beantwoorden en voer voor eeuwige discussie.
Kaaimantaks 2.0 anno 2018 met onduidelijke inwerkingtreding
De ministerraad heeft op 28 september 2017 een voorontwerp van programmawet goedgekeurd, dat onder meer gericht is op de aanpassing van het aanslagstelsel van toepassing op juridische constructies. Deze tekst is ondertussen als ontwerp van programmawet neergelegd in de Kamer onder nummer 54/2746/001 van 7 november 2017 artikels 73 tot en met artikel 87. Deze ontwerptekst voorziet in een aantal ingrijpende wijzigingen.
Kaaimantaks onder revisie !
Voorontwerp van wet - Kaaimantaks revisie
Via een gunstige wind dwarrelde op kantoor een tekst neder die bleek als voorwerp te hebben een volledige revisie van wat wij genoegzaam “de kaaimantaks” noemen. Aangezien het becommentariëren van voorontwerpen die nog niet de zegen hebben gehad van de Ministerraad op zich al een delicate zaak is, beperken we ons hierna tot een loutere opsomming van de suggesties die blijken uit de tekst. Voor commentaar, lof dan wel kritiek, eens de Ministerraad de tekst zal hebben goedgekeurd, zal later nog tijd en ruimte zijn.
Fiscale regularisatie: Samenwerkingsakkoorden krijgen een onvoldoende vanwege de Raad van State
24-04-2017 - In een advies van 31 maart 2017 (nr. 60.849/VR/3) over “het voorontwerp van decreet van het Vlaamse Gewest ‘houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid en het Vlaamse Gewest met betrekking tot de regularisatie van niet uitsplitsbare bedragen” geeft de Raad van State de beide samenwerkingsakkoorden die reeds in ontwerp bestaan een ruim onvoldoende.
Op 15 maart 2017 publiceerden wij eerder al een korte commentaar op de samenwerkingsakkoorden waarin het Vlaamse gewest en het Waals en Brussels Hoofdstedelijk gewest met de Federale Staat afspreken hoe gevallen van fiscale regularisaties zullen behandelen die zowel federale als gewestelijke belastingen bevatten maar waarvoor geen exacte opsplitsing mogelijk is. Voor de volledige tekst verwijzen wij naar het artikel op onze website, alsmede naar onze bijdrage in Fiscale Actualiteit nr. 2017/08.
Samenwerkingsakkoorden over fiscale regularisatie zijn in aantocht
27-03-2017 - Het decreet over de Vlaamse regularisatie is intussen gepubliceerd, en binnenkort gebeurt hetzelfde met de samenwerkingsakkoorden waarin de gewesten en het federale niveau afspreken hoe ze gevallen zullen behandelen die zowel federale als gewestelijke belastingen bevatten maar waarvoor geen exacte opsplitsing mogelijk is. Via zo’n samenwerkingsakkoord wordt ook regularisatie van zuiver Waalse of zuiver Brusselse dossiers mogelijk. Maar er blijven nog veel vragen, vooral aan Waals-Brusselse kant.
Klik hier voor het volledige artikel dat verscheen in Fiscale Actualiteit nr. 2017/08, pag. 1-8
Fiscale regularisaties te verdelen in Categorie 1, Categorie 2 en Categorie 3: Een complexe aangelegenheid
15-03-2017 - In Fiscale Actualiteit 2017/08 publiceerden wij eerder al een korte commentaar op de samenwerkingsakkoorden waarin het Vlaamse gewest en het Waals en Brussels Hoofdstedelijk gewest met de Federale Staat afspreken hoe gevallen van fiscale regularisaties zullen behandeld worden die zowel federale als gewestelijke belastingen bevatten maar waarvoor geen exacte opsplitsing mogelijk is. Voor de volledige tekst verwijzen wij naar dat artikel. Samengevat komt het erop neer dat een fiscale regularisatie moet worden opgedeeld in drie categorieën:
Klacht BBI-directeur zet wettelijke chaos op scherp
Voorbije regularisatierondes lieten aan de aangever de mogelijkheid om alleen fiscaal niet verjaarde kapitalen te regulariseren. Daardoor bleef er in bepaalde gevallen een strafrechtelijk risico bestaan m.b.t. de fiscaal verjaarde kapitalen. Een bekend BBI-directeur vraagt nu bij schrijven van 20 oktober 2016 via een “kennisgeving van vermoedelijk witwassen van fiscale fraude” aan de parketten om voor elk regularisatiedossier uit het verleden te bekijken of er geen sprake is van witwasmisdrijven in samenhang met een ‘partiële’ regularisatie. Of het ooit zover komt, is natuurlijk nog niet zeker. En eigenlijk is dat ook niet de ware bedoeling van de actie. Of die ware bedoeling gerealiseerd kan worden, is echter ook onzeker. Opmerkelijk is wel dat de hele situatie vermeden had kunnen worden met zorgvuldiger wetgevend werk.