Toon items op tag: Voluntary Disclosure
Newsflash: Arrest Hof van Cassatie 13 oktober 2020 keert bewijslast NIET om
Vandaag, maandag 12 april 2021, verscheen in De Standaard het nieuwsartikel “Hof van Cassatie werpt fiscale bom naar zondaars”. Dit artikel opent met de bespreking van de strengere aanpak van belastingfraude (door middel van internationale gegevensuitwisseling, het UBO-register, het stopzetten van de mogelijkheden tot fiscale regularisatie…). In dit kader verwijst het artikel ook naar het arrest van het Hof van Cassatie van 13 oktober 2020.
Het UBO-register – welke (nieuwe) informatie te registreren?
De deadline voor bestaande Belgische vennootschappen, private stichtingen en vzw’s om de informatie van hun UBO’s voor de eerste keer te registreren was 30 september 2019. Voor nieuwe entiteiten dient registratie te gebeuren binnen een termijn van één maand sinds de oprichting. Daarmee is de kous echter niet af. Naast het feit dat elke wijziging van deze informatie binnen een termijn van één maand na de wijziging moet worden gemeld, dient ook jaarlijks te worden bevestigd of de informatie opgenomen in het UBO-register nog accuraat, actueel en toereikend is. Daar komt nog bij dat vanaf 11 oktober 2020 alle informatieplichtige entiteiten verplicht worden om elk document bij te voegen dat aantoont dat de geregistreerde informatie nog adequaat, nauwkeurig en actueel is.
Grondwettelijk Hof stelt de toepassing van de kaaimantaks t.a.v. trusts op scherp
Eerder had de rechtbank van eerste aanleg van Brussel in zijn vonnis van 11 maart 2020 (A.R.. nr. 2018/4033/A onuitgegeven)1 een akkoord goedgekeurd tussen de oprichter van een Canadese trust en de Belgische fiscus, waarin wordt erkend dat een taxatie van inkomsten van die structuur in hoofde van de in België woonachtige oprichter ingevolge het doorkijkprincipe van de Belgische kaaimantaks, in strijd is met het dubbelbelastingverdrag ("DBV") tussen België en Canada, dit terwijl de inkomsten van de trust in Canada aan een belasting van 53,31 % worden onderworpen.
Congres Forum For the Future: Fiscale actualiteit onder de loep genomen
Het congres Forum for the Future is het jaarlijkse evenement van de economische beroepen : erkende boekhouders, erkende boekhouders – fiscalisten, belastingconsulenten, bedrijfsrevisoren en financiële directeurs.
Gerd D. Goyvaerts is een van de sprekers tijdens dit digitale congres en zal het hebben over de fiscale regularisatie anno 2020 en of deze ook tegoeden op Belgische rekeningen viseert.
Meer infomartie over het congres vindt u hier.
Kaaimantaks – impact van en strijdigheid met dubbelbelastingverdragen
De rechtbank van eerste aanleg van Brussel heeft in zijn vonnis van 11 maart 2020 (A.R.. nr. 2018/4033/A onuitgegeven)1 een akkoord goedgekeurd tussen de oprichter van een Canadese trust en de Belgische fiscus, waarin wordt erkend dat een taxatie van inkomsten van die structuur in hoofde van de in België woonachtige oprichter ingevolge het doorkijkprincipe van de Belgische kaaimantaks, in strijd is met het dubbelbelastingverdrag ("DBV") tussen België en Canada.
Last call voor de Vlaamse fiscale regularisatie anno 2020 - Prélude tot ongrondwettelijkheid vanaf 2021
Als geïntegreerd onderdeel van de regelgeving terzake fiscale regularisatie bestaat er naast het permanente systeem inzake fiscale en sociale regularisaties op federaal niveau bij wet van 21 juli 2016 een Vlaamse regularisatieregeling via het decreet van 10 februari 2017. Beide systemen zijn vervolgens onderling verbonden door een Vlaams-federaal samenwerkingsakkoord van 9 mei 20171.
De kaaimantaks als de yin en yang van de Belgische fiscaliteit. Een kritische commentaar bij de invoering van het nieuwe EER-KB en niet-EER-KB
De kaaimantaks was eerder door de wet van 25 december 2017 al verveld tot kaaimantaks 2.0; intrinsiek hetzelfde gebleven doch qua effectiviteit en toepassing voorwerp van een gedaanteverwisseling. Desalniettemin bleef die kaaimantaks 2.0 wat de EER betreft grotendeels dode letter, op de Luxemburgse SPF en de Liechtensteinse Stiftung en Anstalt na.
Ook wat de ICB’s betreft die in de EER gevestigd waren was er, ofschoon niet geheel onomstreden, een begin van interpretatieve duidelijkheid over de reikwijdte van de wetteksten in samenlezing met het oude KB van 18 december 2015. Het nieuwe EER-KB van 21 november 2018 echter gooit dit alles weerom driftig door elkaar en creëert, vooral met de zogenaamde “1%-entiteiten”, heel wat onduidelijkheid voor de praktijk. Voortaan, dit is vanaf 1 januari 2018, kan elke "normaal belaste” vennootschap gevestigd in een EER-lidstaat – dus mét inbegrip van de EU – onder de toepassingssfeer van de kaaimantaks vallen. Deze situatie is nu meer dan ooit actueel daar menig aandeelhouder van zo’n entiteit, nu voor het eerst voor de aangifte personenbelasting aanslagjaar 2019, heeft dienen te besluiten die al dan niet als beweerdelijke juridische constructie aan te geven, aangifte die ondertussen wellicht reeds werd ingediend. Zoals hierna zal blijken, is dat echter zeker géén uitgemaakte zaak.
De kaaimantaks “verrijkt” met het nieuwe EER-KB, heeft daarmee een yin en yang-effect op de Belgische fiscaliteit. De vennootschapsbelasting wordt immers via de kaaimantaks een onlosmakelijk deel van de personenbelasting, en omgekeerd, net zoals de yin en yang kosmische dualiteit niet louter tegenstellingen, maar vooral complementaire en elkaar aanvullende waarden zijn. Of dit nu een toe te juichen evolutie is, valt echter ernstig te betwijfelen.
Dit artikel verscheen in het Tijdschrift voor Fiscaal Recht, 569-570. Het volledige artikel kan u hier lezen.
Gerd D. Goyvaerts - Partner (gerdd.goyvaerts@tiberghien.com)
Christophe Coudron - Counsel (christophe.coudron@tiberghien.com)
‘DBI-Fondsen zullen nog sterk groeien'
Wat staat er voor 2020 op stapel op het vlak van beleggingsfiscaliteit? En wat leert een terugblik op 2019?
Gerd D. Goyvaerts en Dirk Coveliers lichten toe in Investment Officer, december 2019.
Lees hier de volledige publicatie.
Het UBO-register – 31 december 2019, last call?
Met het eindejaar in zicht, nadert ook de deadline om de UBO’s van bestaande Belgische entiteiten en buitenlandse trusts in het Belgisch UBO-register te registreren zonder dat dat aanleiding geeft tot een boete wegens laattijdigheid.
Het UBO-register naar Belgisch recht
Inleiding
In omzetting van de vierde AWW-richtlijn werd op 18 september 2017 de wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruikvan contanten (hierna de “wet”) goedgekeurd. Deze wet voorziet dat er binnen de Algemene Administratie van de Thesaurie, welke een onderdeel is van de Federale Overheidsdienst Financiën, een dienst moet worden opgericht die belast is met de implementatie en inrichting van het Belgisch UBO-register.
Lees hier het artikel dat verscheen in Tijdschrift voor Beleggingsfiscaliteit / revue de la fiscalité des placements 2019-9.