Toon items op tag: Notaries, Lawyers, Legal Professionals
Nieuwigheden in het Waals Gewest inzake schenkings- en successierechten – overzicht en vergelijking tussen de drie gewesten
Het Waals Gewest heeft, bij Decreet van 19 juli 2018, de fiscaliteit afgestemd op het nieuwe erfrecht. Het Vlaams Gewest nam daartoe kort voordien initiatief, bij Decreet van 6 juli 2018 tot modernisering van de erf- en schenkbelasting.
Welke wijzigingen bracht het Waals Gewest precies aan in de erfbelasting en welke gelijkenissen en verschillen zijn er in de drie gewesten?
De contouren van het Belgisch UBO-register bekend
Met de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (hierna afgekort de ‘AWW-Wet’) werd de invoering van het zogenaamde Belgisch “UBO-register” aangekondigd. Dit “UBO-register” is een (op Europees initiatief geregelde) gecentraliseerde databank waarin bepaalde door de wet voorgeschreven informatie van alle “uiteindelijke begunstigden” of “UBO’s” (de Engelse afkorting van “Ultimate Beneficial owners”) van vennootschappen en kwalificerende entiteiten moet worden opgenomen. Voor onze eerste commentaren bij het voorontwerp van wet van 31 maart 2017 verwijzen wij naar onze eerdere berichtgeving.
Voorlopig was het nog koffiedik kijken naar de concrete draagwijdte en praktische uitvoeringsmodaliteiten van het register. Dit in het bijzonder voor wat betreft de inhoud van de te verzamelen en te verstrekken informatie, de toegang tot het register of het gebruik van de in het register opgenomen informatie.
Deze werkingsmodaliteiten werden nu in uitvoering van de Wet vastgelegd bij koninklijk besluit van 30 juli 2018 (BS. 14 augustus 2018, ed. 2, blz.64.620 ) (hierna het “KB”) dat in werking treedt op 31 oktober 2018.
Het koninklijk besluit dat in uitvoering van de antiwitwaswet de praktische modaliteiten van het UBO-register regelt, alsook het verslag aan de Koning daarbij, voorzien als deadline om deze informatie aan het UBO-register voor de eerste keer over te maken 30 november 2018. Dit omwille van de wettelijk voorziene termijn van één maand voor informatieplichtige entiteiten om de vereiste informatie te rapporteren. In een recent gepubliceerde FAQ te raadplegen via de website van de Federale Overheidsdienst Financiën werd deze deadline echter uitgesteld naar 31 januari 2019. Volgens een mededeling op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën zelf, werd deze deadline inmiddels in overleg met de sector opgeschoven naar 31 maart 2019.
“Hoewel de inwerkingtreding pas op 31 oktober 2018 is gepland, heeft u tijd tot 31 maart 2019 om uw uiteindelijke begunstigden voor de eerste maal te registreren.” (https://financien.belgium.be/nl/E-services/ubo-register)
Hierna bespreken wij alvast de voornaamste praktische implicaties van het KB voor zowel de informatieplichtige entiteiten als voor de UBO’s zelf.
De kaaimantaks 2.0: Een kritische commentaar bij de aanpassing van de kaaimantaks door de wet van 25 december 2017
De kaaimantaks is door de wet van 25 december 2017 verveld tot kaaimantaks 2.0, intrinsiek hetzelfde gebleven doch qua effectiviteit en toepassing voorwerp van een gedaanteverwisseling. Diegenen die dachten dat het ondertussen wel duidelijk geworden was hoe met de kaaimantaks om te gaan, kunnen opnieuw in de studieboeken duiken. De ondertussen afgegeven rulings zijn amper nog bruikbaar en een aantal fundamentele toepassingsprincipes dient volledig te worden herdacht. Zogenaamde "loopholes" werden gesloten of daar werd alleszins een ernstige poging toe ondernomen. De praktijk zal uitwijzen in welke mate deze hervormde kaaimantaks 2.0 zijn beoogde doel zal realiseren, namelijk het ontmoedigen van het opzetten van gestructureerde vermogens en voor zover deze nog voorkomen de daardoor gegenereerde inkomsten transparant te belasten, dan wel de opgehoopte reserves bij uitkering als dividend te taxeren. Het aantal interpretatieve onduidelijkheden is met de kaaimantaks 2.0 alleszins niet verminderd, sommige discussiepunten werden beslecht, anderen zijn dan weer in de plaats gekomen. Deze wetgeving blijft voer voor de creatieve praktizijn die zijn cliënt wil bijstaan in het fiscaal beheersen en beheren van de meer exotische, toch alleszins legaal gestructureerde vermogens en transacties. Het is afwachten hoe de Rulingcommissie met deze vernieuwde kaaimantaks 2.0 zal omgaan.
Wetsontwerp btw-belaste verhuur goedgekeurd door de Kamer
Het optioneel stelsel voor een btw-belaste verhuur (voor een uitgebreide bespreking hiervan, zie link) is op 4 oktober 2018 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Hiermee werd de laatste hindernis genomen. Met ingang van 1 januari 2019 is deze btw-revolutie voor vastgoed een feit.
Nieuw standpunt van de Vlaamse belastingdienst over het nieuwe huwelijksvermogensrecht
In het nieuwe huwelijksvermogensrecht wordt voor een aantal activa een onderscheid gemaakt tussen het titularisschap (de titre) en de vermogenswaarde ervan (de finance). “Door dit onderscheid wordt het mogelijk om moeilijke kwalificatieproblemen in het wettelijk stelsel en, in het algemeen, in elk gemeenschapsstelsel, op te lossen, wanneer tegenstrijdige belangen botsen: de hoogstpersoonlijke belangen van één individuele echtgenoot, en de vermogensbelangen van de gemeenschap, dus van beide echtgenoten gezamenlijk”, aldus de memorie van toelichting bij de wet van 22 juli 20181.
Het Belgisch UBO-register: Gewijzigde deadline van 31 maart 2019
Eerder berichtten wij u over de invoering van het Belgisch UBO-register (zie deze link). Dit UBO-register is een (op Europese leest geschoeide) gecentraliseerde databank waaraan vennootschappen, verenigingen, stichtingen, trusts en andere met trusts vergelijkbare juridische entiteiten verplicht informatie over hun uiteindelijke begunstigden (‘Ultimate Beneficial Owners” of afgekort “UBO’s”) dienen mee te delen.
Het koninklijk besluit dat in uitvoering van de antiwitwaswet de praktische modaliteiten van het UBO-register regelt, alsook het verslag aan de Koning, voorzien als deadline om deze informatie aan het UBO-register voor de eerste keer over te maken is 30 november 2018. In een recent gepubliceerde FAQ, te raadplegen via de website van de Federale Overheidsdienst Financiën, alsook volgens een mededeling op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën zelf, wordt deze deadline uitgesteld naar 31 maart 2019.
“Hoewel de inwerkingtreding pas op 31 oktober 2018 is gepland, heeft u dus tijd tot 31 maart 2019 om uw uiteindelijke begunstigden voor de eerste maal te registreren.” (https://financien.belgium.be/nl/E-services/ubo-register)
Hoog tijd om de concrete werking van dit UBO-register aan de hand van een aantal praktische vragen toe te lichten.
Wie moet melden en wanneer?
Het UBO-register zal informatie bevatten over de uiteindelijke begunstigden van Belgische vennootschappen, stichtingen, (internationale) vzw’s, trusts (de facto in de Belgische rechtsorde onbestaande), fiduciën en gelijkaardige juridische entiteiten. Aangezien noch de antiwitwaswet (hierna “de Wet”), noch het in uitvoering van deze wet genomen koninklijk besluit een onderscheid maakt tussen vennootschappen mét en vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid, kan er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat ook informatie over UBO’s van Belgische burgerlijke maatschappen aan het register moet worden medegedeeld.
Deze informatie zal aangeleverd moeten worden door de bestuurders/zaakvoerders, respectievelijk de trustees of fiduciebeheerders van de informatieplichtige entiteiten. Deze informatie dient jaarlijks te worden gecontroleerd en bevestigd, dan wel te worden bijgewerkt en geactualiseerd.
Daarnaast dient ook elke wijziging in de gegevens van de UBO binnen een termijn van één maand na kennisname van deze wijziging aan het register te worden overgemaakt.
De bestuurders, respectievelijk de trustees of fiduciebeheerders zullen eveneens de UBO’s op duurzame drager (bv. per brief) moeten informeren aangaande de verschillende kenmerken van het register en de rechten en plichten van de betrokken informatieplichtige, alsook van de betrokken UBO.
Met het oog op het voldoen aan deze verplichtingen, zal men in de praktijk een wettelijke vertegenwoordiger of gevolmachtigde kunnen aanduiden.
Daarnaast geldt er ook een terugmeldingsplicht voor bepaalde meldingsplichtige entiteiten (o.a. banken, accountants, notarissen en advocaten) die eventuele discrepanties tussen de informatie waarover zij beschikken en de informatie opgenomen in het UBO-register zullen moeten melden.
De uiteindelijke begunstigde, over wie gaat het?
De Wet somt verschillende categorieën van uiteindelijke begunstigden op die moeten worden aangemerkt als UBO, afhankelijk van het type van entiteit waaraan ze verbonden zijn.
Voor vennootschappen worden in eerste instantie als uiteindelijke begunstigden aangemerkt, de natuurlijke perso(o)n(en) die rechtstreeks of onrechtstreeks, als dan niet gegroepeerd (in coördinatie met andere personen) 25% of meer (dit is echter een louter indicatief percentage waarbij de wijze van berekening verder verduidelijkt wordt in de FAQ) van de stemrechten of eigendomsrechten in de vennootschap aanhouden. Indien geen personen binnen deze categorie als UBO kunnen worden aangemerkt, of indien hierover twijfel zou bestaan, dient volgens de tekst van de Wet en de FAQ te worden gekeken naar de natuurlijke perso(o)n(en) die op een andere wijze zeggenschap heeft/hebben over de vennootschap en tot slot naar de natuurlijke perso(o)n(en) die behoort/behoren tot het leidinggevend personeel.
Voor stichtingen, (internationale) verenigingen, trusts, fiduciën en aan trusts gelijkaardige juridische entiteiten worden diverse categorieën van personen aangeduid waaronder de bestuurders of beheerders, de stichters/oprichters, de begunstigden of de personen in wiens belang de entiteit werd opgericht, enz. Elk van deze personen wordt als UBO aangemerkt.
Welke informatie moet worden medegedeeld?
Ook de inhoud van de te rapporteren informatie over de UBO is afhankelijk van het type entiteit dat moet melden.
Alleszins dient over elke UBO een minimumpakket aan informatie te worden overgemaakt, waaronder de algemene identiteitsgegevens van de UBO (i.e. naam, voornaam, geboortedatum, nationaliteit, rijksregister of ondernemingsnummer of gelijkaardig identificatienummer), diens volledige verblijfsadres, alsook de datum waarop hij uiteindelijke begunstigde van de informatieplichtige entiteit is geworden. Voor iedere UBO dient tevens te worden vermeld tot welke “wettelijke categorie” van uiteindelijke begunstigden hij of zij ressorteert.
Deze informatie dient te worden ondersteund aan de hand van onderliggende documenten. In de FAQ wordt onder meer verwezen naar een kopie van de identiteitskaart/paspoort van de UBO, de oprichtingsakte en statuten van de vennootschap en het aandeelhoudersregister.
Specifiek voor vennootschappen heeft de aan het register over te maken informatie bovendien niet enkel betrekking op de UBO, maar dienen tevens de volledige identificatiegegevens van alle tussenpersonen tussen de UBO en de informatieplichtige vennootschap aan het register te worden overgemaakt (bijvoorbeeld tussenvennootschappen). Dit betekent dus dat in het register de volledige eigendomsstructuur moet worden opgenomen door middel van de welke de UBO over de effectieve controle of een effectief belang in de informatieplichtige entiteit beschikt, steeds met inachtname van de indicatieve 25% drempel uiteraard.
Hoe zal het overmaken van informatie praktisch verlopen?
Deze informatieverstrekking wordt georganiseerd via de applicatie op het MyMinFin-portaal (www.finances.belgium.be/nl/ tabblad E‑services, UBO-register) dat sinds 27 september beschikbaar werd gesteld. U dient zich hiertoe bij dit elektronisch platform aan te melden met een elektronische identiteitskaart. Voor een aantal praktische vragen kan verwezen worden naar de recent gepubliceerde FAQ, alsook naar de door de administratie nog te publiceren diverse gebruikershandleidingen.
Van zodra de informatieoverdracht werd gefinaliseerd en geregistreerd, zal de betrokken UBO hiervan op de hoogte worden gebracht. Volgens de toelichting bij het KB zal deze communicatie in de praktijk op geautomatiseerde wijze verlopen. Personen die via hun rijksregister- of bisnummer of via e-mail geregistreerd zijn op de MyMinFin-applicatie, zullen via dit platform van hun registratie in kennis gebracht worden.
Wat gebeurt er met deze informatie en wie kan deze informatie raadplegen?
De informatie opgenomen in het UBO-register zal in eerste instantie geraadpleegd kunnen worden door de “bevoegde autoriteiten” met inbegrip van de fiscale administratie en de entiteiten die meldingsplichtig zijn in het kader van hun cliëntenonderzoek (o.a. accountants, notarissen etc.).
Voor wat betreft vennootschappen, zal eveneens elke burger mits betaling van een administratieve vergoeding tot het register toegang krijgen. Weze het dat voor vennootschappen enkel op naam of het KBO-nummer van de betreffende vennootschap zal kunnen worden gezocht en niet in de omgekeerde richting, op naam van de UBO.
Voor wat betreft stichtingen, (internationale) verenigingen, trusts, fiduciën en aan trusts gelijkaardige juridische entiteiten wordt op deze openbare toegankelijkheid een rem gezet door te vereisen dat een zogenaamd “legitiem belang” kan worden aangetoond.
Daarnaast kan de UBO, mits motivering van uitzonderlijke omstandigheden, verzoeken om de toegang tot bepaalde informatie die op hem of haar betrekking heeft, te beperken. Deze uitzondering zal echter enkel betrekking hebben op de zichtbaarheid van de geregistreerde informatie en niet op de verplichting om te registreren.
De toegang tot het register voor het publiek zal eveneens beperkt zijn tot slechts bepaalde gegevens. De volledige naam, rijksregisternummer en adres van de UBO zullen daarbij niet geraadpleegd kunnen worden. Evenmin zal men via het UBO-register inzage kunnen verkrijgen in het vermogen of kapitaal van de entiteit.
Indien de UBO met betrekking tot de op zijn naam geregistreerde informatie kosteloos kennis wenst te nemen, kan hiertoe een aanvraag worden ingediend bij de Administratie van de Thesaurie.
De (geactualiseerde) gegevens opgenomen in het register zullen bewaard worden gedurende een termijn van tien jaar, vanaf de dag dat de informatieplichtige entiteit zijn rechtspersoonlijkheid verliest (liquidatie) of zijn activiteiten definitief stopzet.
Welke sancties zijn van toepassing indien de informatieverplichtingen m.b.t. het UBO-register niet worden nageleefd?
Bij niet naleving van de informatieverplichting m.b.t. het UBO-register kan een administratieve geldboete van minimum 250 EUR tot maximum 50.000 EUR worden opgelegd. De tekst van het KB lijkt daarbij uit te schijnen dat dergelijke administratieve geldboete niet kan worden opgelegd aan nalatige trustees of fiduciebeheerders.
De administratie van de thesaurie zal in samenwerking met andere diensten binnen de FOD Financiën, derden, alsook met de beheerders van gelijkaardige UBO-registers in de andere lidstaten de correctheid van de in het register opgenomen gegevens kunnen controleren.
Hoe kan u zich voorbereiden?
De concrete applicatie om informatie aan het UBO-register te verstrekken is sinds 27 september 2018 beschikbaar via het MyMinFin portaal.
Om dit formulier efficiënt in te vullen, kan u zich voorbereiden door volgende acties te ondernemen:
- Identificatie van de rechtstreekse en onrechtstreekse UBO’s van de betrokken identiteit en verzamelen van de over te maken informatie;
- Mede in functie van de omvang van de betrokken organisatie of entiteit, het uitwerken van interne procedures teneinde de correctheid van de geregistreerde informatie te kunnen actualiseren/bevestigen, alsook om bij wijziging van de te rapporteren gegevens binnen een termijn van één maand deze wijziging te kunnen doorgeven.
Mocht u in dit kader nadere toelichting of advies wensen, is Tiberghien Advocaten graag bereid u hierin verder te begeleiden.
Tot slot kan u zichzelf ook inschrijven op de nieuwsbrief van de FOD Financiën via de portaalsite van de FOD Financiën (algemene administraties – thesaurie).
Gerd D. Goyvaerts (gerdd.goyvaerts@tiberghien.com)
Stephanie Gabriel (stephanie.gabriel@tiberghien.com)
Hervorming van het huwelijksvermogensrecht
Na de hervorming van het erfrecht bij wet van 31 juli 2017, wordt nu ook het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Op 27 juli 2018 werd de wet van 22 juli 2018 tot wijziging van o.a. het huwelijksvermogensrecht in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
De factuur als formele voorwaarde voor de uitoefening van het recht op aftrek van BTW: "principe inhoud boven vorm" wordt definitief aanvaard...maar niet alle discussies zijn hiermee opgelost
Lees hier het volledige artikel dat verscheen in Tijdschrift voor Fiscaal Recht, n° 541
Orde op zaken : Raad van State vernietigt het standpunt van de Vlaamse belastingdienst inzake de gesplitste aankoop/ inschrijving
De Raad van State heeft op 12 juni 2018 het standpunt nr. 15004 van de Vlaamse Belastingdienst met betrekking tot de gesplitste aankoop en gesplitste inschrijving vernietigd. Dit arrest maakt een einde aan de stelling van de Vlaamse Belastingdienst dat een schenking, voorafgaand aan een gesplitste aankoop of inschrijving, aan de heffing van het registratierecht voor schenkingen of aan de schenkbelasting moet worden onderworpen teneinde te vermijden dat er sprake is van een fictief legaat in de nalatenschap van de schenker-vruchtgebruiker.
Burgerlijke maatschappen voortaan verplicht in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen én boekhoudplichtig!
Op 27 april verscheen in het Belgische Staatsblad de Wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht. Waar men dat op basis van de titel van de wet misschien niet zou verwachten, heeft deze wet ook belangrijke gevolgen voor burgelijke maatschappen. De wetgever beschouwt burgerlijke maatschappen immers voortaan ook als “ondernemingen”, waardoor er tal van regels uit het ondernemingsrecht ook op de burgerlijke maatschap van toepassing worden. Veruit de belangrijkste gevolgen daarvan – die onmiddellijk ‘voelbaar’ zullen zijn – zijn de verplichte inschrijving van burgerlijke maatschappen in de Kruispuntbank van Ondernemingen en de onderwerping van burgerlijke maatschappen aan de boekhoudwetgeving.