Toon items op tag: Corporate Tax
Artikel 206/3 WIB92: minimale belastbare grondslag bij belastingverhoging van 10% – Wanneer de controlebevoegdheid van rechters hun creativiteit de vrije loop laat
In geval van een bericht van wijziging of een aanslag van ambtswege waarbij een belastingverhoging van minstens 10% effectief wordt toegepast, is de fiscale administratie gerechtigd om de verrekening van bepaalde fiscale aftrekposten met de vennootschapsbelasting te weigeren, waaronder de overgedragen verliezen. Dit leidt tot een minimale belastbare grondslag voor het aanslagjaar waarop het bericht van wijziging of de aanslag van ambtswege betrekking heeft (artikel 206/3, § 1, voorheen artikel 207, lid 7 WIB92). Deze sanctie in de vorm van een aftrekverbod gaat noodzakelijkerwijze gepaard met andere sancties die in deze gevallen van een bericht van wijziging of een aanslag van ambtswege van toepassing zijn (belastingverhogingen en evt. administratieve boetes).
Aftrekverbod (her)bevestigd: Grondwettelijk Hof kaatst de bal opnieuw terug naar de feitenrechter
Het Grondwettelijk Hof heeft op 9 april 2026 (nr. 41/2026) opnieuw uitspraak gedaan over het verbod om verliezen te compenseren met de verhoogde belastbare grondslag ingevolge een fiscale controle (“aftrekverbod”). Dit arrest volgt op drie prejudiciële vragen van onder meer de rechtbank van eerste aanleg te Brussel en het hof van beroep te Gent. De vragen hadden in essentie betrekking op de verenigbaarheid van het aftrekverbod (oud artikel 207, lid 7 WIB92)[1] met het wettigheids- en gelijkheidsbeginsel; in het bijzonder in situaties waarin de toepassing ervan afhankelijk is van discretionaire keuzes van de fiscale administratie.
Concreet betreft het de keuze van de administratie om al dan niet een belastingverhoging op te leggen en de keuze om de aanslag al dan niet ambtshalve te vestigen. Daarnaast bevat het arrest een langverwachte uitspraak over de positie van vereffende vennootschappen, die door het aftrekverbod hun verliezen definitief teloor zien gaan en daardoor veel zwaarder worden getroffen dan actieve vennootschappen.
In zijn arrest is het Grondwettelijk Hof van oordeel dat het aftrekverbod, ook in voormelde situaties, geen schending inhoudt van de Grondwet. Het bevestigt daarmee de lijn die het reeds uitzette in zijn arrest van 19 juni 2025 (nr. 90/2025). Het Hof benadrukt evenwel (opnieuw) dat de toepassing van het aftrekverbod moet worden beoordeeld met inachtname van de relevante beginselen van behoorlijk bestuur, en dat de hoven en rechtbanken hierop toezicht uitoefenen met volle rechtsmacht, wat ruimte laat voor een toetsing in concreto.
Hof van beroep Antwerpen bevestigt grenzen aan de toepassing van de antimisbruikbepalingen bij aandelentransacties
In zijn arrest van 3 februari 2026 heeft het Hof van beroep te Antwerpen belangrijke verduidelijkingen gegeven over de toepassing van de Belgische antimisbruikbepalingen op aandelentransacties die plaatsvinden in het kader van een groepsherstructurering.
Opgelet voor extra fiscale kost bij belegging in private privaks en DBI-beveks: verzeker NU een minimale bedrijfsleidersbezolding
Vennootschappen die investeren in beleggingsvennootschappen, kunnen in principe de eventueel verschuldigde roerende voorheffing op dividenden verrekenen in hun aangifte vennootschapsbelasting. Het wetsontwerp houdende diverse bepalingen (56K0963), goedgekeurd door het parlement per 12 december 2025, voegt hieraan een voorwaarde toe met ingang van aanslagjaar 2026. Vennootschappen met een boekjaar dat afsluit per 31 december 2025 (of later) worden aldus meteen geviseerd. Dit betekent dat een vennootschap die niet voldoet aan de voorwaarde, getroffen wordt door een bijkomende kost van in principe 30% op deze dividenden (ook op de reeds ontvangen dividenden in het lopende boekjaar).
ITR World Tax 2026 Guide
We zijn trots te kunnen melden dat Tiberghien is opgenomen in de ITR World Tax 2026 Guide!
-
Tier 1: Fiscale controverse;
-
Tier 2: Algemene vennootschapsbelasting, Indirecte belastingen, Verrekenprijzen
Naast de ranglijst op teamniveau heeft ITR World Tax 2026 ook individuele ranglijsten opgesteld:
- Bernard Peeters wordt vermeld als ‘Highly Regarded’ in ‘Fiscale controverse’;
- Robin Minjauw wordt vermeld als ‘Highly Regarded’ in ‘Algemene vennootschapsbelasting’;
- Stijn Vastmans wordt vermeld als ‘Highly Regarded’ op het gebied van ‘Indirecte belastingen’;
- Koen Morbée wordt vermeld als ‘Notable Practitioner’;
- Rik Smet wordt vermeld als ‘Rising Star’ in ‘Algemene vennootschapsbelasting’;
- Elien Van Malder wordt vermeld als ‘Rising Star’ en ‘Women in Tax Leader’ in ‘Algemene vennootschapsbelasting’.
Raadpleeg de ranglijst 2026 voor België.
Update: Programmawet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 juli 2025
Na een hobbelig parcours is de Programmawet - die een aantal fiscale maatregelen behelst - op 18 juli 2025 goedgekeurd in het parlement. Op 29 juli 2025 werd de programmawet vervolgens gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Vademecum Vennootschapsbelasting 2025
Een dynamische benadering van de vennootschapsbelasting
Tiberghien-advocaten Bart De Cock en Charlotte Meskens hebben ook in 2025 hun expertise en praktijkervaring ingezet om dit toegankelijk en volledig werk, dat een overzicht van de Belgische vennootschapsbelasting biedt en de verbanden tussen fiscale en niet-fiscale rechtstakken legt, samen te stellen.
Het Vademecum Venootschapsbelasting, uitgegeven door Larcier-Intersentia, behandelt de vennootschapsfiscaliteit aan de hand van het schema van de resultatenrekening. Door deze benadering komt de verwevenheid van het inkomstenbelastingenrecht en de boekhoudkundige praktijk centraal te staan. Deze meer bedrijfseconomische aanpak leent zich er ook toe om verbanden te leggen met enerzijds andere fiscale rechtstakken (personenbelasting, btw, registratierechten, gewestbelastingen) en anderzijds niet-fiscale rechtstakken (vennootschapsrecht, arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht).
De editie van 2025 is bijgehouden tot 31 maart 2025. Er wordt in het bijzonder rekening gehouden met enkele belangrijke wijzigingen:
- de aanpassing en administratieve interpretatie van de CFC-wetgeving;
- de administratieve interpretatie en toelichting bij de bestrijding van hybride mismatches;
- de VVPR-bis regeling en het huwelijksvermogensstelsel;
- de verdere evoluties inzake de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing;
- de aanpassingen die zich opdringen met het oog op het bekomen van fiscale neutraliteit ingevolge de omzetting van de Mobiliteitsrichtlijn;
- de verslagvereisten in het kader van de (heropening van de) vereffening van een vennootschap;
- de hervorming van de investeringsaftrek en de publicatie van de thematische investeringslijsten;
- het aftrekverbod inzake ontvangen groepsbijdragen in het kader van de Moeder-dochterrichtlijn;
- de verdere (jurisprudentiële) evolutie inzake het aftrekverbod voor belastingsupplementen;
- de verdere evolutie wat de aftrekbaarheid van huurvergoedingen betreft;
- de algemene aftrekbaarheidsvoorwaarden voor beroepskosten (art. 49 WIB 1992); de nieuwe groottecriteria voor kleine vennootschappen;
- de diverse (nieuwe) belastingkredieten;
- de toelichting bij de uitbreiding van de herbeleggingstermijn voor gedwongen meerwaarden;
- de wijzigingen en verdere verduidelijkingen inzake het mobiliteitsbudget;
- de wijzigingen inzake voordelen van alle aard;
- de terugbetaling van elektriciteitskosten bij thuisladen van elektrische wagens en de berekening van het voordeel van alle aard.
Zoals steeds houdt ook de editie 2025 rekening met de meest recente ontwikkelingen inzake rechtspraak en de nieuwe adviezen van de CBN.
Exitheffing bij emigratie van vennootschappen: tekst goedgekeurd in de Commissie Financiën
In het regeerakkoord van 31 januari 2025 werd vermeld dat de emigratie van een rechtspersoon fiscaal behandeld zou worden als een fictieve liquidatie van de rechtspersoon.
Op 27 mei 2025 voegde de regering daad bij woord en werd een ontwerp van programmawet ingediend dat onder meer voorziet in de invoering van een exitheffing op niveau van de aandeelhouder bij emigratie van een rechtspersoon. Anders dan voor de invoering van de meerwaardebelasting, waarover tot op heden uitsluitend de (voorlopige) krijtlijnen bekend zijn, bereikte men inzake de exitheffing wel reeds een politiek akkoord en zijn de ontwerpteksten inmiddels dus ingediend. Op 3 juni 2025 werd het wetsontwerp besproken in de Commissie Financiën, en in eerste lezing goedgekeurd. Amendementen die zouden bijdragen tot de nodige EU-conformiteit werden in deze eerste lezing verworpen.
Krijtlijnen nieuwe meerwaardebelasting (en requiem voor de Reynders-taks)
Meer dan twee maanden na het regeerakkoord sijpelen de eerste krijtlijnen door van de verwachte solidariteitsbijdrage of meerwaardebelasting.
De eerste wetsontwerpteksten zoals publiek gedeeld door bepaalde politieke partijen zijn nog onderhevig aan politieke discussies en wijzigingen, maar geven alvast de krijtlijnen weer van de nieuwe meerwaardebelasting die vanaf 1 januari 2026 in werking zou treden.
Baptist Vermeulen
Baptist studeerde in 2022 af als Master in de Rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daarna begon Baptist zijn carrière als fiscaal advocaat bij een advocatenkantoor gelinkt aan een Big Four consultancy dienstverlener. Parallel specialiseerde hij zich als werkstudent, opnieuw aan de KU Leuven, verder in de fiscaliteit.
In 2025 vervoegde Baptist Tiberghien Advocaten. Baptist focust zich op Mergers & Acquisitions en Private Equity, maar ook op de algemene aspecten van de (internationale) vennootschapsbelasting.
