Toon items op tag: Notaries, Lawyers, Legal Professionals
E-mails naar de fiscus: een correspondentie met Oblomov*?
De Belgische fiscale Administratie deelt de laatste tijd in haar correspondentie aan belastingplichtigen mee dat een antwoordformulier, zoals bijvoorbeeld een antwoord op vraag om inlichtingen of een bericht van wijziging, uitsluitend per brief of via het digitaal platform MyMinfin kan worden ingediend. In deze correspondentie bevestigt de Administratie uitdrukkelijk dat antwoorden via e-mail niet langer aanvaard zullen worden. In een reactie op het beantwoorden van een vraag om inlichtingen per e-mail, deelde de Administratie mee dat de GDPR-wetgeving (General Data Protection Regulation) er aan in de weg zou staan dat belastingplichtigen persoonlijke gegevens via e-mail aan de fiscus overmaken. Deze problematiek werpt echter heel wat vragen op.
(*naar Oblomov, het hoofdpersonage van de gelijkluidende roman van Ivan Gontsjarov, die worstelde met een levensverwoestende fobie voor post.)
Bestaat er een wettelijke verplichting om briefwisseling van de Administratie uitsluitend te beantwoorden per brief dan wel via MyMinfin?
Er bestaat géén wettelijke verplichting om briefwisseling van de Administratie uitsluitend te beantwoorden per brief dan wel via MyMinfin. De fiscale wetgeving schrijft enkel voor dat correspondentie schriftelijk dient te gebeuren, maar specifieert geenszins op welke wijze dit verplichtend zou zijn.
Op 21 januari 2021 werd evenwel een wetsontwerp goedgekeurd inzake de “dematerialisatie van de relaties tussen de FOD Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten” (Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1697/0041). Met deze wetswijziging beoogt de wetgever een paperless Administratie in te voeren, waarbij de correspondentie met de FOD Financiën uitsluitend via een beveiligd elektronisch platform zou plaatsvinden (de zgn. eBox). De inwerkingtreding van deze eBox is voorzien vanaf 1 januari 2025. Hoewel het wetsontwerp voorschrijft dat de Koning de bevoegdheid wordt verleend om in een gefaseerde inwerkingtreding te voorzien, is dit op heden geenszins het geval. Bovendien kunnen momenteel berichten in de eBox uitsluitend worden ingezien en kan er niet worden gereageerd op briefwisseling vanwege de FOD (cf. mededeling op www.myebox.be).
De mededeling vanwege de Administratie dat briefwisseling per e-mail niet meer wordt aanvaard is daarom mogelijks louter een interne instructie, weliswaar zonder wettelijke grondslag, van bepaalde administratieve diensten.
Wat met de GDPR-wetgeving?
De FOD Financiën werd zeer recent, t.w. op 23 december 2020, door de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) berispt met betrekking tot het gebruik van het Fisconetplus-platform. Dit platform werd ontwikkeld via een digitale tool, beheerd door Microsoft. Gebruikers moesten daarom verplicht een Microsoftaccount aanmaken teneinde toegang te verkrijgen tot Fisconetplus, waarbij ze ervoor konden opteren om zich aan te melden via een anoniem Microsoftaccount. De GBA stelde te meer vast dat de FOD Financiën inbreuken pleegde op haar transparantieplicht en eerlijkheid, door haar gebruikers te verzekeren dat er geen gegevens verwerkt werden in de anonieme accounts terwijl dat wel degelijk het geval was.
Bovenvermelde berisping heeft mogelijks een grotere alertheid teweeggebracht bij de FOD Financiën aangaande het gebruik en de verwerking van persoonsgegevens van haar gebruikers. De GDPR-wetgeving belet echter niet dat belastingplichtigen uit eigen beweging e-mails met persoonsgegevens versturen naar belastingambtenaren.
Praktische problemen
De praktijk leert dat niet iedereen toegang heeft tot digitale platformen, zoals bijvoorbeeld MyMinfin. Niet alleen denken we hierbij aan de digitale generatiekloof, maar ook aan volmachthouders van belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld accountants, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, curatoren, financiële instellingen, … Aangezien inloggen op MyMinfin doorgaans gebeurt met de elektronische identiteitskaart van de belastingplichtige zelf, hebben volmachthouders hier niet zonder meer toegang toe namens belastingplichtigen.
De werking van het MyMinfin platform blijkt daarnaast in de praktijk omslachtig. In eerste instantie dient een volmachthouder een afzonderlijk mandaat te verkrijgen om belastingaangiftes elektronisch via Tax-on-web in te dienen. Daarnaast moet de volmachthouder ook worden gemandateerd teneinde toegang te verkrijgen tot documenten en de diensten gelinkt aan het fiscaal dossier van belastingplichtigen (bv. fiscale fiches, kadastrale gegevens, details voorafbetalingen, CRS en FATCA inlichtingen, etc.). De volmachthouder dient bovendien in het bezit te zijn van afzonderlijke volmachten voor dezelfde belastingplichtige zoals bijvoorbeeld inzake de personenbelasting, dan wel de vennootschapsbelasting, of nog inzake btw. Ook het opladen van bestanden op het platform blijkt in de praktijk geen sinecure, daar alle bestanden moeten worden samengevoegd en een specifieke benaming moeten krijgen.
In tijden van de coronapandemie is de verzending per post dan weer ongerieflijk. Als MyMinfin in dat geval als enige alternatief fungeert, dan wordt briefwisseling met de Administratie aanzienlijk beperkt, minstens voor bepaalde groepen van de bevolking.
Advocaten dienen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld accountants, in hun correspondentie met de fiscale administratie geen volmacht/mandaat aan te tonen. Dit wordt bevestigd door de fiscale Administratie in haar Commentaren. Wanneer een advocaat in naam en voor rekening van een belastingplichtige een bezwaarschrift indient, moet er worden aangenomen dat er werkelijk een mandaat werd verleend (Nummer 366/9).
Kan ik nog een ontvankelijk bezwaarschrift indienen tegen een aanslag via e-mail?
De mededeling van de Administratie verwijst uitsluitend naar “antwoordformulieren”, waardoor bezwaarschriften hier niet onder zouden vallen. Een bezwaarschrift is immers geen “antwoord” sensu stricto, maar een betwisting van een gevestigde aanslag. Op heden bestaat hier geen duidelijkheid over.
Wat als het systeem hapert op het ogenblik dat een vervaltermijn dreigt te verstrijken?
Tot slot rest er nog de vraag wat de opties zijn voor een belastingplichtige indien MyMinfin hapert en een vervaltermijn dreigt te verstrijken.
Deze week nog waren de platformen zoals MyMinfin en Tax-on-web enkele uren buiten werking na een ongeziene cyberaanval. Bij deze aanval werden alle instellingen die op het Belnet-netwerk zijn aangesloten getroffen, waaronder overheidsdiensten, universiteiten en onderzoeksinstellingen.
Wanneer een vervaltermijn dreigt te verstrijken, dan is bovendien een verzending per post geen optie meer. Indien correspondentie per e-mail ook in dat geval wordt uitgesloten, worden de mogelijkheden van belastingplichtigen aanzienlijk ingeperkt.
Voor meer informatie kan u ons steeds contacteren.
Céline Van houte - Counsel (celine.vanhoute@tiberghien.com)
Olja Rudic - Associate (olja.rudic@tiberghien.com)
Kerncijfers van de Belgische vermogensfiscaliteit 2021
De aanhoudende veranderingen in de Belgische vermogensfiscaliteit en de steeds toenemende verschillen tussen de drie gewesten wat betreft de invulling en toepassing van hen toebedeelde belastingen, leidt tot een moeilijk nog overzienbaar kluwen.
Om hieraan tegemoet te komen, hebben wij voor u een handig cijfermatig overzicht opgesteld, zodat u snel uw weg zou kunnen vinden in voormeld kluwen.
Wij stellen u de derde editie voor van onze “Kerncijfers van de Belgische vermogensfiscaliteit”
Deze cijfers worden jaarlijks bijgewerkt, om de evolutie van de tarieven van de Belgische vermogensfiscaliteit weer te geven.
Indien u graag een van de voorgaande edities (2019, 2020) ontvangt, gelieve een mail te sturen naar marketing@tiberghien.com.
Newsflash: Arrest Hof van Cassatie 13 oktober 2020 keert bewijslast NIET om
Vandaag, maandag 12 april 2021, verscheen in De Standaard het nieuwsartikel “Hof van Cassatie werpt fiscale bom naar zondaars”. Dit artikel opent met de bespreking van de strengere aanpak van belastingfraude (door middel van internationale gegevensuitwisseling, het UBO-register, het stopzetten van de mogelijkheden tot fiscale regularisatie…). In dit kader verwijst het artikel ook naar het arrest van het Hof van Cassatie van 13 oktober 2020.
COLUMN TRENDS: Waarom zou u kosten maken bij een private bank, als het ook goedkoper kan bij de Bank van de Staat?
Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen.
'Als u bij de gelukkigen bent bij wie de bank komt aankloppen met negatieve intresten, waarom zou u dan met het overschot op uw bankrekening geen vrijwillige voorafbetaling doen? U leent weliswaar renteloos uit aan de staat, maar de Bank van de Staat vraagt u ook geen negatieve rente.' Dat zegt Koen Van Duyse, partner van Tiberghien Advocaten.
Over wetsvoorstel nr. 55-1272. Warme oproep tot ernstig debat
Toenmalig minister van Justitie Koen Geens ontwikkelde het plan voor een hercodificatie van het Burgerlijk Wetboek. Het oud Burgerlijk Wetboek dateert immers van 1804 en is niet langer aangepast aan de huidige samenleving en moderne tijdsgeest. Artikel 2 van de wet van 13 april 2019 voerde een nieuw Burgerlijk Wetboek in dat uit negen boeken bestaat, namelijk: Boek 1. Algemene bepalingen; Boek 2. Personen-, familie- en relatievermogensrecht; Boek 3. Goederen; Boek 4. Nalatenschappen, schenkingen en testamenten; Boek 5. Verbintenissen; Boek 6. Bijzondere overeenkomsten; Boek 7. Zekerheden; Boek 8. Bewijs en Boek 9. Verjaring. Datzelfde artikel 2 bepaalt nader dat te rekenen van 1 november 2020 het Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804 het opschrift “oud Burgerlijk Wetboek” draagt.
Lees hier het uitgebreide editioraal van Charlotte Declerck. Een artikel dat verscheen in Tijdschrift voor Familierecht, 2021/2.
Aangekondigde circulaire gepubliceerd over de verplichte registratie van notariële schenkingsakten
Wij bespraken reeds in onze nieuwsbrief van 27 november 2020 de verplichting tot registratie in België van buitenlandse notariële schenkingsakten van roerende goederen. Deze verplichting geldt voor alle schenkingsakten verleden vanaf 15 december 2020. Dit houdt in dat dergelijke schenkingen voortaan steeds aan (Belgische) schenkbelasting1 onderworpen worden.
Tijdens de plenaire vergadering van 26 november 2020 werd een circulaire aangekondigd om het begrip ‘notaris’ te verduidelijken. Op 16 maart 2021 werd de betrokken circulaire gepubliceerd2. Naast het begrip ‘notaris’, worden ook andere elementen van deze registratieverplichting verduidelijkt. Hieronder overlopen wij deze elementen.
De verplichting tot registratie van buitenlandse notariële schenkingsakten van roerende goederen
Door twee wetten, van 3 en 13 december 2020, goedgekeurd door het federale parlement, werd de zgn. ‘kaasroute’ afgesloten. Vanaf 15 december 2020 moeten schenkingsakten van roerende goederen verleden voor een buitenlandse notaris in België geregistreerd worden, waardoor hier voortaan ook schenkbelasting op verschuldigd zal zijn. We maken een stand van zaken op: wat was de bedoeling van de wetgever, hoe is de wet tot stand gekomen, wat is er precies veranderd, en wat blijft er mogelijk?
Klik hier om de uitgebreide bijdrage van Rik Deblauwe te raadplegen. Dit artikel verscheen in Algemeen Fiscaal Tijdschrift, 2021/1
Exit duolegaat: welke lessen hieruit trekken?
De Vlaamse Regering kondigde in haar Regeerakkoord 2019-2024 reeds aan belangrijke belastinghervormingen door te voeren. Het voorontwerp van decreet dat op 18 september 2020 door de Vlaamse Ministerraad goedgekeurd werd, bevat ingrijpende wijzigingen op het vlak van Vlaamse schenk- en erfbelasting. Zo zal de techniek van het duolegaat worden afgeschaft.
Klik hier om meer over dit onderwerp te lezen, een artikel door Laura Goossens dat verscheen in Bericht aan het Notariaat, 2020/3+4.
Webinar: Patrimonium - De toepassing van zorgvolmachten
De wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid verankerde de buitengerechtelijke bescherming (zgn. “zorgvolmacht”) in het Burgerlijk Wetboek met ingang van 1 september 2014. De wetgever beoogde met deze omkadering rechtszekerheid te creëren, misbruiken door lasthebbers zoveel als mogelijk te voorkomen, de burger te sensibiliseren en aan te zetten tot zelfbeschikking, aan het sociale netwerk een grotere rol toe te bedelen en de werklast voor de vrederechters te verminderen.
Het aantal geregistreerde zorgvolmachten neemt jaar na jaar toe. Inmiddels zijn er meer dan 150.000. Ondertussen duiken de eerste problemen bij de uitvoering op. Sommige vrederechters stellen zich zelfs openlijk de vraag waaruit de bescherming bestaat. Bereikt de wet zijn doel? Wat zijn de ervaringen in de praktijk? Waarop moet worden gelet? Welke verbeteringen zijn mogelijk? Op deze vragen hebben de studenten van de eerste master rechten van de Universiteit Hasselt een antwoord geformuleerd op basis van 27 diepte-interviews afgenomen van notarissen, vrederechters, middenveldorganisaties, OCMW’s, advocaten en financiële instellingen in Limburg. Deze gegevens werden aangevuld met een analyse van de gepubliceerde rechtspraak en de beschikbare cijfergegevens uit het Centraal Register voor Lastgevingen en het Centraal Register van Verklaringen.
De resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd tijdens dit webinar. Vervolgens wordt het woord gegeven aan de betrokken actoren (notariaat, vrederechters, vermogensplanners, financiële instellingen, welzijnssector en zorgsector) die telkens hun eigen ervaringen, aandachtspunten, rol en een korte reactie op de voorstellen opgenomen in het onderzoek met het publiek zullen delen. Het geheel wordt afgerond met de vraag of België iets kan leren van andere Europese rechtstelsels en een debat tussen de sprekers.
De verplichte registratie in België van buitenlandse notariële akten: uitstel tot 15 december 2020 – goedgekeurd in de Kamer en doorverwezen naar de Senaat
Zoals toegelicht in onze nieuwsbrief van 29 september 2020, moet het wetsvoorstel met betrekking tot de verplichte registratie van buitenlandse notariële akten volgens de Raad van State worden opgesplitst in twee voorstellen die elk onderworpen zijn aan een andere wetgevingsprocedure. Zo vereist het eerste luik dat de belastbare materie regelt, een bijzondere wet. Het tweede luik dat de praktische registratieformaliteiten regelt, kan daarentegen worden ingevoerd bij gewone wet.
De invoering van de registratieverplichting wordt thans geregeld bij twee wetsvoorstellen (met respectievelijk nr. 1357 en 1635), die beiden op 26 november 2020 werden goedgekeurd door de plenaire vergadering van de Kamer.
