Advocaten / Avocats / Lawyers

Home>Jobs>Tiberghien - column

Toon items op tag: column

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

Oktober is de tijd van de complexe aangiften.

Belastingplichtigen die aan de personenbelasting zijn onderworpen, moeten ieder jaar tijdig een belastingaangifte indienen, ten laatste op 30 juni. Wie opteert voor een elektronische aangifte, krijgt meer respijt. Die aangifte moet ten laatste op 15 juli binnen zijn. Voor complexe aangiften loopt de indieningstermijn minstens tot en met 16 oktober. Er moeten ook minimaal vijf maanden zitten tus­sen de terbeschikkingstellingvan de elektronische aangifte door de belastingadministratie en de indieningsdatum. Voor die aangiften hebben de belastingplichtigen dus minimaal drie en een halve maand meer tijd dan voor de papieren aangifte.

In een complexe aangifte moeten bepaalde soorten inkomsten worden opgenomen. Dat is het geval indien buitenlandse beroepsinkomsten werden verkregen, dus voor wie een buitenlands salaris als werknemer ontvangt, of buitenlandse bedrijfsleidersbezoldigingen of een buitenlands pensioen. Dat geldt ook voor zelfstandigen en vrije beroepen en voor bedrijfsleiders van een Belgische vennootschap.

Een aangifte die het wetboek als complex bestem­pelt, hoeft op zich niet complex te zijn. Een voorbeeld om dat aan te tonen. Voor een werknemer die aan de grens met Nederland woont en bij een Nederlandse werkgever werkt, bestaat de aangifte feitelijk meestal slechts uit één getal, ieder jaar opnieuw op dezelfde wijze berekend. Hetzelfde geldt voor veel buitenlandse pensioenen.

Wat staat nog niet in de opsomming van de com­plexe aangiftes?
De meerwaardebelasting die er straks aankomt. Die zit structureel niet zo slecht in elkaar. Dat ademt, voor kenners, het advies van de Raad van State zelfs uit. Niet dat er voor de stemming geen wijzigingen zullen moeten gebeuren, natuurlijk wel. Niet dat er de volgende jaren geen wijzigingen zullen moeten gebeuren, natuurlijk wel. Maar vriend en vijand zijn het erover eens dat de meerwaardebelasting inhoude­lijk wél complex is.

Belastbare meerwaarde.

De belastbare meerwaarde is het positieve verschil tussen de ontvangen prijs en de histori­sche aanschaffingswaarde. Die wordt bij de start vastgeklikt op 31december 2025 en is in veel gevallen niet zomaar af te leiden. Aandelenpakket­ ten worden niet altijd in één keer aangekocht om vervolgens in één keer verkocht te worden. Dat brengt mee dat ingewikkelde berekeningen zullen moeten gebeuren. Traditioneel wordt voor het verantwoorden van een verdaging van de aangifte­ termijn verwezen naar het feit dat informatie uit het buitenland moet komen en niet altijd tijdig beschikbaar is. Dat argument geldt ook hier, indien een beroep wordt gedaan op buitenlandse brokers. Ik pleit er dus voor aangiften met belastbare meer­ waarden als een complexe aangifte te beschouwen, met 16 oktober of later als indieningsdatum. 

Met een bevrijdende bronheffing krijgt men dan wel anonimiteit, maar de belasting zal via de tussenpersoon doorgaans hoger zijn dan via de aangifte.

De belasting kan ook worden voldaan via een bevrijdende bronheffing bij de tussenpersoon, zonder dat de belastbare meerwaarden in de aan­giften moeten worden opgenomen. Daar zijn twee voordelen aan verbonden: geen administratieve formaliteiten en de concrete meerwaarden blijven, althans in een eerste fase, onder de radar van de belastingadministratie. Daar zijn ook twee grote nadelen aan verbonden:de voetvrijstelling van 10.000 euro wordt niet toegepast en de minder­waarden op andere activa kunnen niet in minde­ring worden gebracht van de belastbare meer­waarden. Men krijgt dan wel anonimiteit, maar de belasting zal via de tussenpersoon doorgaans hoger zijn dan via de aangifte.

Minister Jambon, er is nog tijd, voeg dus één artikel toe aan de actuele teksten waarbij artikel 308/1wordt aangevuld. En vergeet ook niet eens te kijken naar de gevolgen voor belastingplichtigen die zijn vrijgesteld om een aangifte in te dienen.

 

Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

Het blijft jammer dat aan ons fiscale huis een nieuw complex aanhangsel moet worden bijgebouwd, schrijft Koen Van Duyse.

In 1987 zette ik mijn eerste stappen in het belastingrecht. Vrijwel iedereen riep toen op om de inkomstenbelastingen te vereenvoudigen. Die roep werd met de jaren sterker, tot vandaag. Alle burgers verlangen naar een eenvoudig belastingstelsel. Alle politieke partijen roepen te pas, maar ook te onpas op om zo snel mogelijk in die richting te hervormen. De meeste regeerakkoorden, zo niet allemaal, bevatten een passage waarin vereenvoudigingen worden aangekondigd.

 

Ondertussen, bijna veertig jaar later, heb ik weinig vereenvoudiging gezien, op uitzonderingen na. Wel zag ik vaak het omgekeerde. Fiscale hervormingen zijn zoals woningrenovaties. Bouwkundig ingenieurs met gezond verstand pleiten eerder voor sloop en wederopbouw om een hedendaags en coherent geheel te realiseren. Daar komt men niet toe. De op één na beste optie zou het volledig strippen van het huis zijn. In realiteit verandert men enkel hier een daar wat en voegt men dingen toe om te eindigen in een mengelmoes van smaken en stijlen.

Carried interest of lucratief belang

We krijgen er nu een nieuw en moeilijk bijgebouw bij. De benaming alleen al: een carried-interest-regeling. In Nederland gebruikt men daar de term ‘lucratief belang’ voor. Dat is een techniek om managers van een onderneming die mee risico nemen, skin in the game, op een bijzondere manier te vergoeden. Er bestaan veel varianten van. Het komt er vaak op neer dat men een structuur opzet, gebruikmakend van bijzondere vehikels, waarbij de gewone investeerder een passend rendement realiseert en de manager van het ondernemingsproject minder hoeft te investeren, maar als beloning toch een hoger rendement kan halen.

  

Dat rendement kan vele vormen aannemen. Dividenden of intresten die belastbaar zijn tegen 30 procent. Of winst uit een aandelenoptieplan dat onderworpen is aan een specifiek fiscaal regime. Of via bonussen belastbaar tegen 50 procent. Of via een vergoeding voor de managementvennootschap belastbaar tegen 25 procent. Of een meerwaarde op aandelen, die belastingvrij blijft. Vooral die laatste vorm leidt tot nogal wat betwistingen, met rechtspraak die alle kanten uitgaat. Zo vindt de ene rechter dat het een belastbaar beroepsinkomen is, vermomd als belastingvrije meerwaarde. Een andere rechter vindt het een divers inkomen, belastbaar tegen 33 procent en nog een andere bevestigt de belastingvrijstelling.

Dit artikel verscheen op 13/05/2025 in Trends. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

In het regeerakkoord staat dat de fiscale behandeling van onderhoudsuitkeringen zou worden gewijzigd. Het komt er nu snel aan, men werkt aan de teksten en de Raad van State heeft er zich al over gebogen. Wat is de stand van zaken?

Iemand die verplicht is op regelmatige basis onderhoudsuitkeringen te betalen, kan 80 procent van dat bedrag aftrekken van zijn inkomen. Bij de ontvanger van onderhoudsgelden zijn die bedragen voor 80 procent belastbaar. Dat is het aloude fiscale principe in de inkomstenbelastingen van de communicerende vaten: als iemand bepaalde kosten mag aftrekken, moet iemand anders de kosten aangeven. De bedoeling is dat dit ongeveer neutraal is voor de schatkist. Maar feitelijk is dat voor onderhoudsgelden vaak niet het geval.

Het onderhoudsgeld wordt dikwijls afgetrokken tegen 50 procent, verhoogd met gemeentebelasting, terwijl het effectief belast wordt tegen een veel lager tarief of zelfs niet belast wordt. De onderhoudsverplichting en de omvang ervan worden mee bepaald door de financiële draagkracht. De alimentatie wordt dus betaald door de financieel sterkere partij, terwijl de ontvanger minder verdient of zelfs niets verdient. Dat betekent dat de aftrek gebeurt tegen een hoger belastingtarief, terwijl de belastbaarheid gebeurt tegen een lager of zelfs een nultarief. Als studerende kinderen bijvoorbeeld een onderhoudsuitkering ontvangen en zij geen andere inkomsten hebben, genieten ze van de belastingvrije som die vaak hoger is dan de ontvangen alimentatie. De fiscale besparing is groot, de fiscale opbrengst is klein. Dat kost de begroting stukken van mensen, terwijl die gesaneerd moet worden.

Daarom zijn de regeringspartijen overeengekomen zowel de aftrekbaarheid, als de belastbaarheid te beperken en dat in dezelfde mate. Omdat de aftrek meer kost dan de belastbaarheid opbrengt, leidt een gelijke beperking van beide tot een grote besparing.
 

De aftrek en de belastbaarheid van 80 procent wordt met ingang van dit jaar, gedurende drie jaar, trapsgewijs met 10 procent verminderd tot 50 procent. De eerste vermindering met 10 procentpunten zal dus al van toepassing zijn op de lopende onderhoudsuitkeringen in 2025. In 2027 komt alles op kruissnelheid en is 80 procent dus 50 procent geworden. Dat geldt zowel voor onderhoudsgelden betaald aan partners als aan kinderen. Een derde maatregel is dat onderhoudsgelden betaald aan inwoners van landen buiten de Europese Economische Ruimte, de Afrikaanse landen bijvoorbeeld, niet meer aftrekbaar en niet meer belastbaar zullen zijn, vanaf de maand volgend op publicatie van de wet. Ook dat zal een grote besparing zijn.

De Raad van State vraagt zich af of de inwerkingtreding op lopende onderhoudsgelden geen buitensporige afbreuk van het vertrouwensbeginsel is. Bij het vastleggen van de alimentatie heeft de rechter of hebben de partijen veelal rekening gehouden met het fiscale regime. Wat kan de betaler netto aan en wat zou de ontvanger netto moeten incasseren? Zo komt een evenwicht tot stand. De familierechtbank kan met die aftrek en belastbaarheid ten belope van 80 procent rekening hebben gehouden om het bedrag vast te stellen. Zo houdt de rekentool voor kinderalimentatie van de familierechtbanken er rekening mee als de ouders informatie aanreiken. Dat kan ook het geval zijn geweest bij echtscheidingen met onderlinge toestemming. De onderhoudsbijdragecalculator van de Gezinsbond hield effectief rekening met 80 procent en was een inspiratie bij onderhandelingen. 

Dat financiële evenwicht wordt nu abrupt verbroken door de wetswijziging. Bij de betaler daalt het netto beschikbaar vermogen. De alimentatie wordt een zwaardere last en de vraag is of iedereen die kan dragen. Onderhoudsuitkeringen zullen dus snel tegen het licht moeten worden gehouden en eventueel moeten worden herzien om de draagkracht te herstellen. Familierechters, houd u klaar.

 
Dit artikel verscheen op 26/06/2025 in Trends. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Het zou standaard moeten zijn, bij de start verder kijken dan de korte termijn, ook kijken naar de langere termijn en het geheel overschouwen. De minister heeft het in 2024 niet gedaan voor de bedrijfsfiets en zit nu in 2025 met een lekkende tube.

 
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

‘Onbehoorlijke rechtsbedeling’

Door de afwezigheid van een rechter om medische redenen moet een gepensioneerde vier jaar wachten om een dubbele belasting op zijn pensioen aan te vechten.

 
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

‘Tot 10.000 euro vrijgesteld aan de voet’

Op het platform X poneer ik al meer dan tien jaar dat in dit land een fundamentele belastinghervor­ming slechts kan indien ze gepaard gaat met een staatshervorming en er via een fiscaal pact een maatschappelijk draagvlak wordt gecreëerd. Een hervorming met een omvangrijke vermindering van de belasting op arbeid zonder staatshervor­ming, zou het faillissement van enkele gewesten betekenen. En omdat de nieuwe regering geen tweederdemeerderheid heeft, komt er geen staatshervorming. Tot daar dus de veelomvattende belastinghervorming.

Een fundamentele hervorming vereist ook een maatschappelijk draagvlak. Een belastingverlaging op arbeid brengt zwaardere taxatie elders met zich. De ene tevreden, de andere ongelukkig. Dat wordt enkel geaccepteerd als zij die moeten inleveren belangrijke verbeteringen zien, bijvoorbeeld een serieuze algemene verlaging van de belastingen door besparing op de overheidsuitgaven of door structurele hervormingen.

Als we het regeerakkoord en de belastingverho­gingen die daar worden aangekondigd, met op kop de meerwaardetaks van 0,5 miljard euro, tegen dat licht houden, lijkt de balans positief. Een belasting­verlaging op arbeid van 4,3 miljard, en voor bedrij­ven van 1,5 miljard. Besparingen door structurele hervormingen in de werkloosheid, in de pensioenen, in de welvaartsenveloppe, op migratie en door een slankere overheid. Dat Marc Coucke, mede namens andere ondernemers, in De Afspraak verklaarde dat hij geen probleem heeft met de meerwaardetaks omdat er zo veel in ruil komt, is dus niet verwon­derlijk. Ik denk inderdaad dat ondernemers als groep meer terugkrijgen dan wat wordt genomen. Als zij hun bedrijf verkopen, is de belasting 0 procent als de meerwaarde minder is dan 1 miljoen, iets meer dan 3 procent als de meer­ waarde 10 miljoen is en 10 procent in het geval van meer dan 10 miljoen. Als pensioenspecialist kan ik zeggen dat mensen niet ongelukkig zijn met een tarief van 10 procent op hun aanvullend pensioen.

Het is anders voor de particuliere spaarders­-beleggers, al dan niet gepensioneerd, die de moei­zaam verzamelde fondsen braaf beleggen in obliga­ties en aandelen. Die hebben minder redenen om gelukkig te zijn. Hun rendement uit meerwaarden wordt plots met 10 procent afgeroomd, weliswaar met een 'voetvrijstelling' van 10.000 euro. Voor het overige staat er voor hen niet zoveel tegenover. In de financiële planning scheelt dat een slok op de borrel. Het is nu wachten op de statistieken over hoeveel mensen dit gaat en over welke bedragen per belastingplichtige. Ik ben benieuwd.

Er wordt geopperd dat de regeling complex is. Ik betwist dat. De tekst zelf is wat de principes betreft, zeer duidelijk en eenvoudig. De vertaling naar wetteksten zal ongetwijfeld moeilijker zijn. Maar indien een goede fiscale wetgevingsspecialist dit voorbereidt en de interkabinettenwerkgroep er zich constructief over buigt, zal dat zeker lukken.

Er worden vooral uitvoeringsproblemen opgewor­pen. Die zijn er, maar ze zijn oplosbaar. Er moeten geen technieken uitgevonden worden. Een vrijstel­ling van 10.000 euro claimen is niet anders dan de jaarlijkse vrijstelling van 833 euro voor dividenden claimen. De verwerking van buitenlandse meer­waarden is niet anders dan buitenlandse dividenden aangeven. Historische meerwaarden bepalen is ongetwijfeld moeilijker, maar dat gebeurt nu ook dagelijks bij de vleet. Dat is trouwens een uitdo­vend probleem. 

We geven minister Jan Jambon tot slot een tip mee. Bij mijn weten staat de term 'voetvrijstelling' nergens in de fiscale wetgeving. Toch zegt het regeerakkoord dat er een voetvrijstelling van 10.000 euro zal gelden. Welnu, heel lang geleden stond in het Wetboek van Successierechten een artikel 54: "Hetgeen verkregen wordt door een gehandicapte persoon wordt aan de voet vrijge­steld...". Ziedaar, minister Jambon, een deel van de wettekst krijgt u hier al cadeau.

Dit artikel verscheen op 13/02/2025 in Trends. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder
maandag, 28 oktober 2024 11:35

COLUMN TRENDS: Ook de fiscale wetgever aan't werk

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

‘Onze fiscaliteit is te verouderd om een competitieve en innovatieve arbeidsmarkt te doen gedijen’

Eind september kreeg het boek van Jan Denys, Iedereen aan 't werk, terecht aandacht in Trends. Niet alleen blikt Denys terug op vijftig jaar arbeidsmarktbeleid, hij stelt ook de vraag 'en nu?', doet tien voorstellen voor een betere arbeidsmarkt en nodigt uit tot een debat. Ik kan alleen mijn fiscale bril opzetten en die handschoen opnemen. Onze fiscaliteit is te verouderd om een competitieve en innovatieve arbeidsmarkt met volledige tewerkstelling te doen gedijen. Het zou een boek kunnen worden, maar het worden drie topics uit een lange reeks.

Vlaanderen moet nog een laatste en Brussel en Wallonië moeten nog een reuzenstap doen om tot volledige tewerkstelling te komen. De werkloosheid beperken in de tijd en tijdelijk arbeidsongeschikten sneller activeren zijn voor de hand liggende maatregelen. Zou het geen idee zijn ook de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten te beperken in de tijd? Dat voordeel is een sociale correctie voor wie het echt nodig heeft, maar vanaf een bepaald moment moet ook daar een euro een euro zijn. Een belastingvoordeel reduceren als incentive om weer aan het werk te gaan.

Jan Denys meent dat Vlaanderen als eerste regio in de wereld voor een ontslagvrije samenleving kan gaan. Werkgevers (en werknemers) ijveren ervoor een meerderheid van de 'ontslagen' werknemers meteen naar ander werk te loodsen, zonderwerkloosheid,al dan niet gecombineerd met een beëindigingsvergoeding. Waarom hebben we in die samenleving nog een gunstig belastingtarief voor ontslagvergoedingen nodig? Nu bestaat er een afzonderlijk belastingtarief voor ontslagvergoedingen, dat al snel 10 procent lager ligt dan het normale belastingtarief. Dat is rechtvaardig als die vergoeding de periode voor het vinden van nieuw werk overbrugt. Zo wordt een normale belastingdruk gerealiseerd. Het is echter fiscaal onrechtvaardig, als de betrokkene de dag, de week of de maand na het ontslag al ander werk heeft. Als ik de moeilijkheden lees die Jan Denys in de jaren tachtig had om werk te vinden, herbeleef ik mijn eigen jaren tachtig. Ook het wisselende carrièreverloop loopt parallel. Wellicht daarom sluiten onze gedachten meestal één op één op elkaar aan.

De confrontatie van zijn boek Free to Work van 2010 en mijn persoonlijke loopbaan inspireerde me meer dan tien jaar geleden om een aan de arbeidsmarkt aangepast fiscaal beleid voor het opbouwen van aanvullende pensioenen verder uit te werken. Nu gaat de fiscale wetgeving uit van een carrière in één rechte lijn, van 45 opeenvolgende jaren bij één werkgever, in één statuut en met een voorspelbaar cash patroon. Dat is het natuurlijk al lang niet meer het geval. Daardoor vallen veel beroepsactieven uit de boot om een volwaardig pensioen op te bouwen. Het is niet ondenkbaar - het is zelfs wenselijk - dat de suggestie van Jan Denys voor een persoonsgebonden loopbaan van 15 tot 75 jaar realiteit wordt.

De fiscale opbouw van een arbeidsvorm-, loopbaanpad- en schatkistneutraal aanvullend pensioen kan eenvoudig worden ingepast door de introductie van een fiscale pensioenrekening. In functie van het carrièremoment, de sector en de werkgever, de generationele cashbehoefte, het flexibele loopbaanpad tussen 15 en 75 jaar, de cashmogelijkheden enzovoort wordt via een persoonlijk digitaal maatwerk een volwaardig aanvullend pensioen opgebouwd, waarbij niemand wordt gediscrimineerd. Dat neemt op het gebied van aanvullende pensioenen alle hordes voor de noodzakelijke arbeidsmobiliteit weg en verwijst de problemen voor werkgevers en pensioeninstellingen over de 80 procentgrens naar de prullenmand. Twintig jaar geleden riep ik daar in aanwezigheid van toenmalige minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke toe op. De tijd is nu rijp voor een grondige hervorming.

 
Dit artikel verscheen op 24/10/2024 in Trends. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

"Ook in België moet een werkgever blijk geven van goed werkgeverschap. Indien een wetswijziging een effect kan hebben, moet de werkgever dat communiceren aan de betrokkenen", zegt Koen Van Duyse, Partner bij Tiberghien Advocaten.

Een werkgever heeft een informatieplicht tegenover zijn werknemers. Hij moet hun schriftelijk informatie geven over de belangrijkste aspecten van de arbeidsrelatie. De vraag is of die plicht verder gaat dan wat de wet formeel oplegt. En hoever strekt dat zich uit tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld als wet- of regelgeving wijzigen? Het hoogste rechtscollege van Nederland heeft zich daar eind vorig jaar over uitgesproken in het nadeel van de werkgever.

Wat waren de feiten? KLM had piloten in dienst die in Zwitserland woonden. Op grond van het dubbelbelastingverdrag waren zij daar belastbaar. In 2012 wijzigde het verdrag, en waren ze niet langer belastbaar in Zwitserland, maar wel in Nederland. KLM informeerde hen daar niet over. Een aantal jaren later vorderde de Nederlandse fiscus belastingen na, tot meer dan een miljoen euro. De piloten spraken hun werkgever aan en beweerden dat de luchtvaartmaatschappij haar goed werkgeverschap had geschonden door hen niet tijdig te waarschuwen voor de financiële gevolgen.

De rechter moest de vraag beantwoorden of de werkgever een informatieplicht had. De eerste rechter vond van wel en stelde KLM aansprakelijk voor 50 procent van de schade. KLM had als grote professionele werkgever, met een eigen fiscale afdeling en vele in het buitenland wonende werknemers, een zorgplicht. De rechter beperkte de aansprakelijkheid tot 50 procent, omdat de piloten toch ook wel een persoonlijke verantwoordelijkheid droegen.

Het hof van beroep ontsloeg KLM echter volledig van enige aansprakelijkheid. Het oordeelde dat KLM veel buitenlandse werknemers heeft en dat door stelselmatig veranderende wetgevingen in vele landen van KLM niet verwacht mag worden dat het die allemaal opvolgt en de werknemers daarover tijdig informeert. De persoonlijke fiscale verplichtingen zijn een eigen verantwoordelijkheid van de werknemer, stelde het hof. De werkgever heeft geen adviserende taak.

De Hoge Raad stuurde het hof van beroep wandelen en sloot zich aan bij de eerste rechter. Het is correct dat een werknemer zelf verantwoordelijk is voor zijn fiscale verplichtingen en dat de werkgever geen adviserende taak heeft, oordeelde de Hoge Raad, maar goed werkgeverschap kan wel met zich brengen dat men de werknemer moet informeren over zaken die een impact hebben op zijn of haar financiële positie. Dat is des te meer het geval, als die informatie ook van belang is voor de inhouding van loonbelasting door de werkgever of als de werknemer nadelige gevolgen kan ondervinden.

Het gaat hier om Nederlands recht. Kunnen we dat doortrekken naar België? Zeer zeker. Ook in België moet een werkgever blijk geven van goed werkgeverschap. Indien een wetswijziging een effect kan hebben, moet de werkgever dat communiceren aan de betrokkenen. Een voorbeeld dat minder dan een maand oud is: als een werkgever een werknemer uitzendt naar het buitenland of een werknemer in het buitenland aantrekt, zal hij die moeten waarschuwen voor de impact van de wijzigingen aan de kaaimantaks.

Dat kan zich ook voordoen, indien de feiten op de werkvloer zo wijzigen, dat er andere fiscale gevolgen zijn. De belastingheffing kan bijvoorbeeld radicaal veranderen, indien in een werknemer van een bedrijf met een thuiswerkpolicy zijn of haar woonplaats overbrengt naar een ander land. Als een werkgever dat weet, heeft hij huiswerk.

Het sluit naadloos aan bij een wet die we al hebben. Als een werkgever onterecht geen sociale bijdragen heeft ingehouden, bijvoorbeeld in schijnzelfstandigendossiers, dan mag de werkgever de nagevorderde persoonlijke werknemersbijdragen van 13,07 procent niet gaan halen bij de werknemer.

We leren hier ook uit dat hoe professioneler een werkgever is, bijvoorbeeld met een eigen fiscaal departement, hoe groter zijn zorgplicht is. Outsourcing vermindert dus het risico. De keerzijde is dat voor minder professionele werkgevers de stap om hun zeer professionele sociale secretariaten of andere adviseurs aan te spreken als het fout loopt, steeds kleiner wordt.

 
Dit artikel verscheen op 30/01/2024 in Trends. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

"De fiscus wil kunnen controleren of de verhuurders hun huurinkomsten correct declareren. Die doelstelling is legitiem, maar in het gros van de gevallen heeft ze die informatie al", zegt Koen Van Duyse, Partner bij Tiberghien Advocaten.

Één strijdpunt van de boerenprotesten zou de hele maatschappij moeten omarmen. Naast de stikstof- en milieuproblematiek werd gefocust op de zware administratieve lasten. Een belangrijk deel van de productieve tijd moet worden opgeofferd aan formulieren. In mijn carrière zijn er een aantal constanten: meer belastingen, meer fiscale koterijen en een uitdijende bureaucratisering. Ook andere sectoren dan de agrarische lijden eronder. Een gemeenschappelijke strijd dus.

Om de angel uit de protesten te halen, engageerden de overheden zich om die belasting in natura te verminderen. De sussende woorden zijn nog niet koud of de minister van Financiën maakt een formulier bekend dat vanaf nu moet worden toegevoegd aan de belastingaangifte. Iedereen die een onroerend goed huurt en de huur als beroepskosten wil aftrekken, moet een aftands formuliertje invullen en dat toevoegen aan de aangifte. Een boer die veertig percelen pacht, moet dus veertig formulieren invullen. Doet hij dat niet, dan is de huur niet aftrekbaar. De financiële schade kan tot meer dan 50 procent van de huur bedragen.

De fiscus wil kunnen controleren of de verhuurders hun huurinkomsten correct declareren. Die doelstelling is legitiem, maar in het gros van de gevallen heeft ze die informatie al. Bijna alle huurovereenkomsten werden geregistreerd. Met een efficiënte doorstroming van informatie zou de controleur die ter beschikking moeten hebben. Blijkbaar is die efficiëntie er niet en schuift de overheid haar kerntaak dus weer door naar een derde. Dure dode tijd voor de burger wegens een falende overheid.

Het formulier is ook gebruiksonvriendelijk. Het is een invulformulier waar gegevens moeten inkomen die speciaal moeten worden opgevraagd, zoals het nationaal nummer. Veel succes trouwens voor alle huurders die te maken krijgen met een overleden verhuurder. De oefening moet dan opnieuw gebeuren: de erfgenamen opsporen en de gegevens verzamelen. Men kan ook maar twee verhuurders per pand vermelden. Vanaf de derde moet een extra bijlage worden toegevoegd.

Bij een stijgende bureaucratisering is het geen toeval dat er meer en meer rechtspraak over ontstaat. Gelukkig hechten de rechters minder belang aan de vorm en laten ze de inhoud primeren. Zo moest een rechter zich onlangs buigen over een een gelijkaardig formulier waarop alle betalingen aan belastingparadijzen moeten worden vermeld. U weet wel, het komt jaarlijks in de media. Het gaat over meer dan 300 miljard euro, die volgens de topvrouw van het ABVV, Miranda Ulens, kunnen worden gebruikt om de 32 urenweek te financieren: “Op dit ogenblik stroomt meer dan 1 miljard euro per dag vanuit ons land naar belastingparadijzen. Men zou dat geld kunnen gebruiken om lonen beter te maken.” Ze vergeet er bij te vertellen dat dit bijna volledig vergoedingen zijn voor goederen en diensten die niets met fraude te maken hebben. Ook voor dit formulier is de sanctie dat de betalingen niet langer aftrekbaar zijn.

Er was een Antwerps bedrijf dat wereldwijd transporten en logistiek organiseerde en daarvoor een beroep deed op dienstverstrekkers over de hele wereld. Ook in belastingparadijzen, daar wonen ook mensen. Het bedrijf voldeed braaf aan zijn verplichtingen en voegde het formulier bij zijn aangifte, maar vermeldde op het formulier symbolisch 0,1 euro en verwees naar een bijlage met alle details en alle juiste bedragen. De administratie vond dat onjuist en verwierp de kostenaftrek. Zij kreeg nochtans alle informatie.

Dat tart alle verbeelding en gelukkig stuurde de rechter de fiscus wandelen. De verplichting heeft tot doel de overheid de mogelijkheid te geven te controleren of de betalingen aan het belastingparadijs terecht zijn. Door de inhoud van de bijlage kon de fiscus dat. Het feit dat het formulier niet was ingevuld zoals de wet en de bureaucratie dat vraagt, doet er echt niet toe.

 
Dit artikel verscheen op 02/04/2024 in Trends. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder

Koen Van Duyse bespreekt in zijn columns voor het magazine Trends actuele fiscale onderwerpen met een kritische pen. 

"Het vrij bewegen staat onder druk. Het openbaar domein wordt minder en minder openbaar", zegt Koen Van Duyse, Partner bij Tiberghien Advocaten. 

Als het van het hof van beroep van Gent afhangt, lijkt het, gaan de kustgemeenten binnenkort de frigobox- en andere dagtoeristen inkomgeld moeten vragen, naar het voorbeeld van Venetië. U kent het wel: u boekt een hotelkamer voor 100 euro, maar als u ’s morgens uitcheckt, beloopt de afrekening 105 euro, met 5 euro verblijfsbelasting erbovenop. De meeste toeristische steden en gemeenten heffen die belasting al decennialang. Ook de kustgemeenten hebben een belastingreglement op het exploiteren van toeristische logies, zoals hotels, gastenkamers en campings. De aanwezigheid van toeristen brengt hogere kosten voor veiligheid en onderhoud mee. Daarom vinden de lokale overheden dat de exploitanten van logies daaraan moeten bijdragen. Het hof is het ermee eens dat de belasting tot doel heeft de verhoogde kosten van het toerisme af te wentelen op de toerist. Maar het hof meent dat de gemeente onvoldoende motiveert waarom hotel- en campinggasten zouden moeten bijdragen en dagtoeristen niet. Ook zij veroorzaken kosten en overlast. Misschien heeft een van de raadsheren van het hof wel een appartement in Knokke-Heist en herinnert die zich de Nederlandse feestvierders die midden in de nacht amok maken, of heeft die gezien dat een vuurwerkfestival duizenden mensen op één avond aantrekt, waarvoor randparkings moeten worden aangelegd. Het hof maakt dus geen onderscheid tussen de twee categorieën van toeristen en vindt de verschillende behandeling onvoldoende verantwoord.

Als het Hof van Cassatie die rechtspraak niet verbreekt, zal dat voor de kas van de toeristische steden en gemeenten een flinke slok op de borrel schelen. Ze hebben drie mogelijkheden. De belasting niet meer heffen, maar dan ook minder uitgeven, waardoor de kwaliteit en de netheid van de omgeving in het gedrang komen. Een tweede optie is tegemoetkomen aan de technische opmerking van het hof en het verschil in behandeling beter motiveren. Dat wordt geen gemakkelijke klus, want zoveel verschil in dienstverlening aan beide categorieën is er niet. En misschien veroorzaken de dagtoeristen zelfs meer overlast. De rel in 1990 rond wijlen burgemeester Lippens van Knokke-Heist en zijn frigoboxtoeristen die bananenschillen en papieren op de grond zouden gooien en in de duinen hun behoefte zouden doen, is daar een indicatie van.

De eenvoudigste, maar meest ingrijpende optie is ook de dagtoeristen te belasten. Dat is wereldwijd een trend. Grote steden kreunen onder dagtoeristen en proberen er paal en perk aan te stellen. Venetië en ook andere steden hebben die al ingevoerd. Brugge denkt eraan de overlast van cruise- en excursietoeristen die niet in de stad overnachten, aan te pakken. Het hof van beroep schrijft in zijn arrest wel dat zoiets niet eenvoudig te organiseren is, maar is dat wel zo? Wie Venetië wil bezoeken, moet online een dagpasje bestellen, ontvangt een QR-code op de smartphone en moet die bij een controle tonen. Een moderne, eenvoudige vorm van tolheffing dus. Voor de historici onder de lezers: het stadsschild en het logo van Antwerpen zou daardoor weer volop aan actualiteit winnen. Ooit vertelde Marc Van Peel mij dat de zes streepjes de historische stadsrechten van Antwerpen symboliseren, waarvan één het recht om tol te heffen aan de stadspoort.
 
Het vrij bewegen staat onder druk. Inkomgelden om steden te betreden, het gemak waarmee beperkingen ten tijde van de covidperiode zijn ingevoerd, retributies die moeten worden betaald om lage-emissiezones te mogen binnenrijden, lokale overheden die in bepaalde wijken het sluipverkeer verbieden en dat afdwingen via ANPR-camera’s en heffingen… Het openbaar domein wordt minder en minder openbaar.
 
Dit artikel verscheen op 07/06/2024 in Trends. U kan het bronbestand hier raadplegen.
Gepubliceerd in Publications
Getagged onder
Pagina 1 van 3
Tiberghien Brussels

Tour & Taxis

Havenlaan|Avenue du Port 86C B.419
BE-1000 Brussels

T +32 2 773 40 00

F +32 2 773 40 55

info@tiberghien.com

Tiberghien Antwerp

Grotesteenweg 214 B.4
BE-2600 Antwerp

T +32 3 443 20 00

F +32 3 443 20 20

info@tiberghien.com

Tiberghien Ghent

Kortrijksesteenweg 1071 B 0801
BE-9051 Gent

T +32 9 216 18 00

info@tiberghien.com

Tiberghien Hasselt

Torenplein 7 B13.1
BE-3500 Hasselt

T +32 11 57 00 13

info@tiberghien.com

Tiberghien Luxembourg

23, Boulevard Joseph II
LU-1840 Luxembourg

T +352 27 47 51 11

F +352 28 66 96 58

info@tiberghien.com