Toon items op tag: Family (Patrimonial) Law
Leave a light on. Scheiden zonder schade voor kinderen
Scheiden en de gevolgen hiervan voor onze kinderen is een onderwerp dat velen beroert. Getuige hiervan zijn de vele (kinder)psychologen, bemiddelaars, juristen, pedagogen … die elk vanuit hun eigen specialisatie dagelijks kinderen en ouders bijstaan. Evenmin te veronachtzamen zijn de vele studiedagen, congressen en workshops die over dit thema worden georganiseerd en de (al dan niet populariserende) boeken die hierover worden gepubliceerd.
Over gehuwden, ongehuwden en wederzijdse toebedelingen
De klassieke methode van samenleven was vroeger, gedurende eeuwen, het huwelijk. De veiligste methode om het vermogen dat men gedurende het huwelijk samen had opgebouwd, aan de langstlevende te laten toekomen, was de toebedeling van dat vermogen bij huwelijkscontract, of bij wijziging van huwelijkscontract. Behalve als er kinderen zijn uit een andere relatie, is die toebedeling immers onaanvechtbaar: zij “wordt niet als schenking, maar als huwelijksvoorwaarde beschouwd”: zelfs al zou het volledige vermogen gemeenschappelijk zijn, toch kunnen de kinderen zich dus niet tegen verzetten. Oorspronkelijk werd een dergelijk beding dan ook niet met successierecht belast, tenzij er eigen goederen in de gemeenschap ingebracht waren, maar de wet van 17 december 1851 bracht hier verandering in. Sindsdien wordt een toebedeling wel als legaat beschouwd.
Decreet 8 december 2017: verrekenbedingen en verblijvingsbedingen onder last – nieuwe regeling is discriminatie
Vaak bestaat de wens tussen gehuwden om de rechten van de langstlevende echtgenoot te maximaliseren (althans bij een eerste huwelijk). Hiervoor bestaan een aantal welgekende planningstechnieken. De vormgeving van de betrokken planningstechniek is afhankelijk van het gekozen huwelijksvermogensstelsel. Zo adviseert de notariële en vermogensplanningpraktijk doorgaans een verblijvings- of keuzebeding (onder last) aan echtgenoten gehuwd onder het wettelijk stelsel en een finaal verrekenbeding aan echtgenoten gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen. Deze technieken waren er enerzijds op gericht civielrechtelijk autonomie te verlenen aan de langstlevende zonder hiervoor fiscaal te worden afgestraft (het verblijvingsbeding- of keuzebeding onder last). Het verrekenbeding liet anderzijds een fiscale optimalisatie toe. Met beide technieken heeft de Vlaamse decreetgever eind december 2017 komaf gemaakt. Alhoewel de federale wetgever van plan is om het wettelijk kader voor de diverse huwelijksvermogensstelsels te verduidelijken en tegelijkertijd de vermogensrechtelijke positie van de echtgenoten ongeacht het gekozen stelsel op elkaar af te stemmen, doet de Vlaamse decreetgever in feite net het omgekeerde. Echtgenoten gehuwd onder het stelsel van scheiding zijn duidelijk de dupe van de nieuwe fiscale regeling.
Fiscale implicaties van het nieuwe erfrecht
Na de hervorming van het erfrecht, kon ook de hervorming van de erfbelasting niet uitblijven. Inmiddels heeft de Vlaamse regering op 4 mei jl. haar definitieve goedkeuring verleend aan het Ontwerp van Decreet tot modernisering van de erfbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht (zie ook deze link). Net zoals het nieuwe erfrecht, zal het decreet in werking treden op 1 september 2018.
Welke veranderingen brengt het decreet met zich mee?
Burgerlijke maatschappen voortaan verplicht in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen én boekhoudplichtig!
Op 27 april verscheen in het Belgische Staatsblad de Wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht. Waar men dat op basis van de titel van de wet misschien niet zou verwachten, heeft deze wet ook belangrijke gevolgen voor burgelijke maatschappen. De wetgever beschouwt burgerlijke maatschappen immers voortaan ook als “ondernemingen”, waardoor er tal van regels uit het ondernemingsrecht ook op de burgerlijke maatschap van toepassing worden. Veruit de belangrijkste gevolgen daarvan – die onmiddellijk ‘voelbaar’ zullen zijn – zijn de verplichte inschrijving van burgerlijke maatschappen in de Kruispuntbank van Ondernemingen en de onderwerping van burgerlijke maatschappen aan de boekhoudwetgeving.
Maatschap of STAK: houd de touwtjes in handen bij een overdracht
Bent u bang om de controle over uw bedrijf of de ermee samengaande inkomsten te verliezen bij de overdracht van het familiale vennootschapsvermogen tijdens uw leven? Dan kunnen de Belgische maatschap of de Nederlandse Stichting Administratiekantoor (STAK) uitkomst bieden. Waarover gaat het en welke troeven bieden ze?
Het nieuwe erfrecht en de gevolgen voor familiebedrijven
Op 1 september 2018 treedt het nieuwe erfrecht in werking. De wijzigingen zijn verregaand en hebben een aanzienlijke impact op de familiebedrijven, in het bijzonder op de schenking ervan. In dit artikel gaan we hier dieper op in.
Geschonken of gelegateerde aandelen aan een minderjarig kind
Een minderjarig kind valt onder het ouderlijk gezag, dat spreekt vanzelf. Ouders hebben een recht van beheer en genot van alle goederen in eigendom van hun minderjarige kinderen. Ook dus voor geschonken en gelegateerde aandelen. De vraag stelt zich of dit recht van de ouders kan beperkt worden.
Er zijn ongetwijfeld situaties waar de inmenging van de ouders niet gewenst is. Denk maar aan de situatie waarin de aandelen van een familiale vennootschap in volle eigendom aan een minderjarig kind toekomen na het plots overlijden van zijn vader, de familiale ondernemer. In principe valt het beheer en genot aan zijn moeder toe, ook al waren zijn ouders reeds enige tijd uit de echt gescheiden.
Wat met het familiebedrijf als papa hertrouwt?
Als de aandeelhouder van een familiebedrijf een (tweede) huwelijk overweegt, is het nuttig om even stil te staan bij de impact van dit huwelijk voor het familiebedrijf. Dit is zeker zo als er al kinderen zijn uit een vorige relatie. In een dergelijke situatie kan beroep worden gedaan op de "clausule Valkeniers".
De Europese Verordeningen inzake relatievermogensstelsels: de "I dos en don'ts"
In juni 2016 werden de Europese Verordeningen 2016/1104 inzake de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen en 2016/1103 inzake huwelijksvermogensstelsels aangenomen. Ze harmoniseren de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten van gehuwde echtparen en koppels, die hun partnerschap conform de wettelijke vereisten registreerden. Aangezien ongeveer 12,5 % van de huwelijken in de EU een internationaal karakter kent, zijn voornoemde verordeningen wenselijk. Bij gebreke aan een overkoepelend kader, was een harmonisatie echter ook noodzakelijk. De Commissie motiveert als volgt. Een Grieks-Hongaars koppel huwt in Griekenland en blijft er gedurende drie jaar woonachtig, waarna het verhuist naar Hongarije. Twee jaar later is de liefde over. Het Griekse internationaal privaatrecht knoopt aan bij de eerste gewone verblijfplaats. De laatste gemeenschappelijke verblijfplaats vormt echter het relevante criterium onder Hongaars recht. De verordeningen trachten een rechtszeker kader aan te reiken in dergelijke conflictsituaties. Ze treden in werking op 29 januari 2019.