Toon items op tag: Family (Patrimonial) Law
Nieuw samengestelde gezinnen: de balans na 1 jaar nieuw erf- en huwelijksvermogensrecht: oplossing of nog steeds uitdaging?
Met het nieuwe erf- en huwelijksvermogensrecht beoogde de wetgever om de wetgeving aan te passen aan actuele tendensen en nieuwe samenlevingsvormen. Intussen zijn we (bijna) 1 jaar verder en maken de sprekers aan de hand van concrete casussen en praktijkvoorbeelden graag samen met u de balans op. Waar heeft het nieuwe recht voor nieuw samengestelde gezinnen voor een oplossing gezorgd en waar blijven de uitdagingen? Welke nieuwe mogelijkheden zijn er? En wat zijn hiervan de praktische implicaties? Wanneer is een successieplanning aan de orde en wat zijn hierbij de aandachtspunten voor u als notaris?
U vindt hier meer informatie over de opleiding en inschrijving.
Nieuw samengestelde gezinnen: de balans na 1 jaar nieuw erf- en huwelijksvermogensrecht: oplossing of nog steeds uitdaging?
Met het nieuwe erf- en huwelijksvermogensrecht beoogde de wetgever om de wetgeving aan te passen aan actuele tendensen en nieuwe samenlevingsvormen. Intussen zijn we (bijna) 1 jaar verder en maken de sprekers aan de hand van concrete casussen en praktijkvoorbeelden graag samen met u de balans op. Waar heeft het nieuwe recht voor nieuw samengestelde gezinnen voor een oplossing gezorgd en waar blijven de uitdagingen? Welke nieuwe mogelijkheden zijn er? En wat zijn hiervan de praktische implicaties? Wanneer is een successieplanning aan de orde en wat zijn hierbij de aandachtspunten voor u als notaris?
U vindt hier meer informatie over de opleiding en inschrijving.
Nieuw samengestelde gezinnen: de balans na 1 jaar nieuw erf- en huwelijksvermogensrecht: oplossing of nog steeds uitdaging?
Met het nieuwe erf- en huwelijksvermogensrecht beoogde de wetgever om de wetgeving aan te passen aan actuele tendensen en nieuwe samenlevingsvormen. Intussen zijn we (bijna) 1 jaar verder en maken de sprekers aan de hand van concrete casussen en praktijkvoorbeelden graag samen met u de balans op. Waar heeft het nieuwe recht voor nieuw samengestelde gezinnen voor een oplossing gezorgd en waar blijven de uitdagingen? Welke nieuwe mogelijkheden zijn er? En wat zijn hiervan de praktische implicaties? Wanneer is een successieplanning aan de orde en wat zijn hierbij de aandachtspunten voor u als notaris?
U vindt hier meer informatie over de opleiding en inschrijving.
Commentaar voorafgaande beslissing nr. 18040 van de Vlaamse Belastingadministratie
Op 5 september 2018 heeft de Vlaamse Belastingadministratie zich uitgesproken over de voorgelegde feiten en voorgenomen handelingen van partijen. De administratie oordeelt dat de vraagstelling naar de toepassing van artikel 2.7.1,.0.7 VCF bij de kwijtschelding van een schuld irrelevant is en dat er rekening gehouden kan moeten worden met artikel 2.7.t.0.5 VCF. Maar wat interessanter is, is wat de Vlaamse Belastingadministratie niet (althans niet uitdrukkelijk) zegt in haar antwoord op deze beslissing.
Lees hier het volledige artikel dat gepubliceerd werd Nieuwsbrief Successierechten, 2019-4.
Het wettelijk recht van terugkeer
Het gebeurt meer en meer dat ouders hun kinderen helpen om zich te ‘installeren’. Ze gaan samenleven, of gewoon alleen wonen, en willen een huis kopen.Om hen daarbij te helpen, schrijven ouders een bepaald bedrag over op hun rekening, zonder daar veel formaliteiten aan te verbinden. Wanneer het begiftigde kind dan overlijdt vóór de schenker, zonder kinderen na te laten, is dat niet alleen een emotionele ramp, maar kan het ook financieel een zware tegenslag zijn: de erfenis vervalt dan immers in principe aan de ouders, elk voor een vierde, maar ook aan de broers en zusters, waar de tarieven van de erfbelasting veel hoger zijn – tenzij de wettelijke terugkeer nog van toepassing zou zijn.
Het is ook mogelijk dat de schenking uitging van een van de ouders, dat die ouders ondertussen gescheiden zijn, en dat er ondertussen halfbroers en halfzussen zijn, die geen kinderen zijn van de schenker. In dat geval vererft het geschonkene dus voor een vierde naar de ex-echtgenote en voor een deel naar deze halfbroers en halfzussen, wat allicht niet de bedoeling was van de schenker – tenzij, opnieuw, de wettelijke terugkeer van toepassing zou zijn. Hierover gaat dit artikel.1
Vandaar dat de professioneel begeleide schenker ook bij eenvoudige schenkingen in volle eigendom zal zorgen voor een beding van conventionele terugkeer. Het geschonken goed keert dan, bij vooroverlijden zonder kinderen, terug naar de schenker, niet op grond van het erfrecht, maar op grond van de overeenkomst. Bijgevolg is er ook geen erfbelasting verschuldigd. Hierzijn vele variaties mogelijk.
Een derde mogelijkheid is de schenking met fideicommis de residuo. Er wordt dan bedongen dat de geschonken goederen, bij overlijden van een erfgenaam, automatisch ten goede zullen komen aan zijn kinderen, of aan zijn broers en zusters wanneer hij zou overlijden zonder afstammelingen. Dit is een heel andere techniek, die hier verder ook niet wordt behandeld.
Lees hier het volledige artikel dat verscheen in het Algemeen Fiscaal Tijdschrift, 2019-3.
1. Op dit onderwerp zijn wij dieper ingegaan in R. DEBLAUWE, Het Recht van terugkeer of de Anomale Erfopvolging, Herentals, Knops Publishing, 2013. Dit artikel is1. Op dit onderwerp zijn wij dieper ingegaan in R. DEBLAUWE, Het Recht van terugkeer of de Anomale Erfopvolging, Herentals, Knops Publishing, 2013. Dit artikel isdan ook in zekere mate een samenvatting van dit boek, waar wij regelmatig naar zullen verwijzen.
Decreet 21 december 2018 houdende diverse fiscale bepalingen (4): Inbreng om niet = schenking
Door artikel 11 van het decreet van 21 december 2018 worden in een bepaling van de Vlaamse codex fisaliteit de woorden “inclusief inbrengen of niet” ingevoegd. Op het eerste gezicht een vrij onbetekenende bepaling. Waar gaat het over?
Decreet 21 december 2018 houdende diverse fiscale bepalingen (3): kapitaalbehoud bij familiale vennootschappen
In een vorige bijdrage hadden wij al het over de familiale vennootschappen, en meer bepaald de vervanging van het aandelenbezit door stemrecht wat betreft de participatievoorwaarde1.
Het decreet van 21 december 20182 wijzigt de regeling echter nog op een ander punt, meer bepaald wat het kapitaalbehoud betreft.
Decreet 21 december 2018 houdende diverse fiscale bepalingen (2): van aandelen naar stemrecht bij familiale vennootschappen
In een eerste bijdrage bespraken we de – relatief beperkte – wijzigingen aan de Vlaamse Codex Fiscaliteit in verband met het voortgezet vruchtgebruik.
Een tweede belangrijker wijziging betreft de participatievoorwaarde bij familiale vennootschappen, maar we preciseren nu al dat deze wijziging nog niet onmiddellijk in werking treedt.
Decreet 21 december 2018 houdende diverse fiscale bepalingen (1): welke belasting bij schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik?
Een decreet van 21 december 2018, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2018, wijzigt een heel aantal bepalingen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Het recht op persoonlijk contact tussen grootouders en kinderen: wat verandert er?
De wet van 15 juni 2018 tot wijziging van artikel 375bis van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1253ter/1, 1253ter/3 en 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek (verschenen in het Belgisch Staatsblad op 2 juli 2018) bevestigt het principieel omgangsrecht van grootouders met hun kleinkinderen, en verduidelijkt dat de omgang enkel kan worden ontzegd indien de uitoefening van het recht ingaat tegen het belang van het kind.
Het nieuwe artikel luidt als volgt (wijziging onderlijnd):
“De grootouders hebben het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Datzelfde recht kan aan ieder ander persoon worden toegekend, indien hij aantoont dat hij met het kind een bijzondere affectieve band heeft.
Bij gebreke van een overeenkomst tussen de partijen, wordt over de uitoefening van dat recht in het belang van het kind op verzoek van de partijen of van de procureur des Konings beslist door de familierechtbank. De familierechtbank weigert de uitoefening van het recht op persoonlijk contact enkel als de uitoefening van het recht ingaat tegen het belang van het kind.”
De wetgever achtte het nodig een wetswijziging door te voeren omwille van volgende overwegingen:
- Grootouders en kleinkinderen hebben een bloed- én genegenheidsband, die op een positieve manier bijdraagt tot de vorming van de persoonlijkheid van het kleinkind;
- In een crisissituatie, zoals wanneer ouders uit elkaar gaan, is het contact met de grootouders een stabiele factor en kunnen de grootouders een waardevolle hulp bieden bij het verwerken van de moeilijkheden die kinderen ondervinden bij de scheiding van hun ouders;
- In de praktijk stelt men vast dat het omgangsrecht met de grootouders vaak niet wordt gerespecteerd, voornamelijk in tijden van familiale crisis;
- Wanneer grootouders dan uiteindelijk de stap zetten om een verzoek tot omgang in te dienen bij de rechtbank, bleek in de praktijk dat er geen rechtszekerheid was dat hun verzoek zou worden toegekend. De uitspraken tussen rechters van verschillende arrondissementen bleek sterk te verschillen.
De huidige wetswijziging kan dus worden toegejuicht aangezien zij de bewijslast omkeert in die zin dat het nu toekomt aan de persoon die zich verzet tegen het omgangsrecht van de grootouders met het kleinkind om te bewijzen dat de uitoefening van dit recht strijdig is met het belang van het kind, bijvoorbeeld omdat bij de grootouder een alcoholproblematiek werd vastgesteld of omdat de vijandigheid tussen de grootouder en één van de ouders leidt tot een loyaliteitsconflict in hoofde van het kind die een negatieve impact heeft op de psychische ontwikkeling van het kind.
Het recht van de grootouders wordt dus versterkt en het belang van hun rol binnen het gezin wordt bevestigd.
De nieuwe artikels zijn inwerking getreden op 12 juli 2018.
Voor de volledigheid moet nog worden opgemerkt dat niet alleen de grootouders, maar ook andere personen hun recht op persoonlijk contact met een minderjarig kind kunnen doen gelden, op voorwaarde dat (1) zij een "speciale band van genegenheid" met het kind kunnen bewijzen en (2) de uitoefening van dit recht niet strijdig is met de belangen van het kind. Er kan hier onder andere worden gedacht aan de voormalige partner van één van de ouders met wie het kind alternerend heeft geleefd sinds zijn kindertijd, aan (half)broers en (half)zussen die meerderjarig geworden zijn en aan de meter en peter van het kind.
De modaliteiten van de uitoefening van het recht op persoonlijk contact variëren afhankelijk van het belang van het kind. Er wordt rekening gehouden met de concrete situatie waarin het kind zich bevindt. Er kan bijvoorbeeld een beperkt verblijf worden toegestaan, ofwel wordt bevolen dat het kind bepaalde activiteiten met de verzoeker mag ondernemen, ofwel kan er een geregeld telefonisch worden opgelegd.
Larissa De Wulf - Counsel (larissa.dewulf@tiberghien.com)
Carolyn Vanthienen - Associate (carolyn.vanthienen@tiberghien.com)