Toon items op tag: Private Equity
Verblijvingsbeding in het huwelijkscontract met betrekking tot goederen in onverdeeldheid tussen echtgenoten: Vlabel spreekt zich uit over de gevolgen op vlak van erf- en registratiebelasting
In een Voorafgaande Beslissing nr. 19053 van 21 oktober 2019 heeft de Vlaamse Belastingdienst zich uitgesproken over de gevolgen op vlak van erf- en registratiebelasting van een verblijvingsbeding overeengekomen in het huwelijkscontract met betrekking tot goederen die tussen de echtgenoten in onverdeeldheid zijn.
Katrien Van Boxstael en Laura Goossens nemen de gevolgen onder de loep.
Lees het volledige artikel, dat verscheen in "TaxWin" op 22 januari 2020, hier.
Wie zonder zonde is, betale 40 procent heffing
Wie spaarcenten in het buitenland heeft en die wil repatriëren, riskeert via gedwongen regularisatie toch een heffing van 40 procent te moeten betalen. Dat komt door de strenge toepassing van de omgekeerde bewijslast, waarschuwen fiscaal advocaten.
Het volledige artikel dat verscheen in De Tijd kan u hier verder lezen.
Klik hier voor een artikel omtrent de verstrengde bewijslast dat eerder op onze website verscheen.
Belastingheffing managementparticipaties: Duits hooggerechtshof wijst de weg
Op 27 mei 2021 heeft het Hoogste Duitse fiscale rechtscollege (Bundesfinanzhof, hierna ook het Hof genoemd) twee arresten gepubliceerd van 1 december 2020 (nr. VIII R 21/17 en nr. VIII R 40/18) waarin het Hof uitspraak heeft gedaan over de taxatie van managementparticipaties in de private equity sfeer. Deze rechtspraak kan o.i. ook voor de Belgische praktijk van belang zijn. De beslissingen bevestigen enerzijds het standpunt van het Hof in zijn eerder arrest van 4 oktober 2016 (nr. IX R 43/15) dat de opbrengst uit de verkoop van een managementparticipatie (onder bepaalde voorwaarden) een meerwaarde op aandelen vormt en geen beroepsinkomen. Anderzijds doet het Hof voor de eerste maal een uitspraak over de taxatie van het rendement uit een disproportioneel aandelenbelang (zgn. sweet equity) dat managers aanhouden in het fonds/de onderneming waaraan zij de managementdiensten leveren.
Webinar: Patrimonium - De toepassing van zorgvolmachten
De wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid verankerde de buitengerechtelijke bescherming (zgn. “zorgvolmacht”) in het Burgerlijk Wetboek met ingang van 1 september 2014. De wetgever beoogde met deze omkadering rechtszekerheid te creëren, misbruiken door lasthebbers zoveel als mogelijk te voorkomen, de burger te sensibiliseren en aan te zetten tot zelfbeschikking, aan het sociale netwerk een grotere rol toe te bedelen en de werklast voor de vrederechters te verminderen.
Het aantal geregistreerde zorgvolmachten neemt jaar na jaar toe. Inmiddels zijn er meer dan 150.000. Ondertussen duiken de eerste problemen bij de uitvoering op. Sommige vrederechters stellen zich zelfs openlijk de vraag waaruit de bescherming bestaat. Bereikt de wet zijn doel? Wat zijn de ervaringen in de praktijk? Waarop moet worden gelet? Welke verbeteringen zijn mogelijk? Op deze vragen hebben de studenten van de eerste master rechten van de Universiteit Hasselt een antwoord geformuleerd op basis van 27 diepte-interviews afgenomen van notarissen, vrederechters, middenveldorganisaties, OCMW’s, advocaten en financiële instellingen in Limburg. Deze gegevens werden aangevuld met een analyse van de gepubliceerde rechtspraak en de beschikbare cijfergegevens uit het Centraal Register voor Lastgevingen en het Centraal Register van Verklaringen.
De resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd tijdens dit webinar. Vervolgens wordt het woord gegeven aan de betrokken actoren (notariaat, vrederechters, vermogensplanners, financiële instellingen, welzijnssector en zorgsector) die telkens hun eigen ervaringen, aandachtspunten, rol en een korte reactie op de voorstellen opgenomen in het onderzoek met het publiek zullen delen. Het geheel wordt afgerond met de vraag of België iets kan leren van andere Europese rechtstelsels en een debat tussen de sprekers.
Exit duolegaat en andere wijzigingen inzake Vlaamse schenken erfbelasting: welke lessen hieruit trekken?
De Vlaamse Regering kondigde in haar Regeerakkoord 2019-2024 reeds aan belangrijke belastinghervormingen door te voeren. Dit voornemen is nu geconcretiseerd in een voorontwerp van decreet dat op 18 september 2020 door de Vlaamse Ministerraad goedgekeurd werd. De wijzigingen treden normaal in werking op 1 juli 2021.
Lees de volledige analyse van het (voorlopige) decreet hier. Een artikel dat verscheen in de Nieuwsbrief Notariaat, 2020-13
Driemaal is niet altijd scheepsrecht
In een eerder naar de feiten opmerkelijk arrest van 14 januari 2020 bevestigt het hof van beroep te Gent vaststaande rechtspraak dat een door de belastingplichtige laattijdig ingediend bezwaarschrift niet uitsluit dat alsnog ontheffing van ambtswege wegens overbelasting kan worden verleend. De directoriale beslissing waarin het verzoek tot ontheffing van ambtswege wordt afgewezen wordt evenwel onherroepelijk en verkrijgt administratief gezag van gewijsde indien de belastingplichtige nalaat om tegen deze beslissing tijdig een vordering in rechte in te stellen. Te beoordelen naar de feiten moet er dan worden nagegaan of deze administratieve beslissing voldoende is gemotiveerd met betrekking tot de grond van de zaak. In voorkomend geval en in de mate dat er geen nieuwe grieven door de belastingplichtige in een tweede verzoek tot ontheffing van ambtswege worden ingeroepen, is dit tweede verzoek onontvankelijk en bijgevolg ook de gerechtelijke vordering gericht tegen de “tweede” administratieve beslissing.
Lees hier het volledige artikel van Stephanie Gabriel en Mariëlle Ruell. Een bijdrage die verscheen in Tijdschrift voor Fiscaal Recht, nr. 587
Bepaalde AICB’s blijven buiten de toepassing van artikel 19bis WIB 92
De minister van Financiën heeft recent een belangrijke precisering aangebracht bij het toepassingsgebied van de heffing op het sparen (artikel 19bis WIB 92), ook Reynderstaks genoemd. Bepaalde alternatieve instellingen voor collectieve belegging blijven erbuiten als hun beleggingen illiquide en niet verhandelbaar zijn, althans in de mate dat de rechten van deelneming voor 1.1.2018 verworven werden. Door de aard van de onderliggende beleggingen hadden zij nooit een ‘ICBE’ kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld het geval voor een SICAV-SIF die o.m. in mezzanine leningen van niet –beursgenoteerde ondernemingen investeert, ook al zijn dit schuldvorderingen die meer dan 25 % van het actief van de SICAV-SIF vertegenwoordigen.
Lees hier meer over dit onderwerp in het artikel ‘Heffing op sparen’ en rechten verworven vóór 2018: minister corrigeert fiscus'. Een artikel dat verscheen in Fiscoloog, nr. 1605, 27 maart 2019
Private Privak 3.0 – een update
Op basis van de behoeften van de private equity-sector, werd de Private Privak een derde maal herzien. De hervorming maakt komaf met vergaande beperkingen die het succes van de Private Privak in de weg stonden, in het bijzonder met betrekking tot het verbod op het houden van controle-participaties in portfolio-vennootschappen.
Ruling fiscale neutraliteit mogelijk bij omruiling van kapitalisatieaandelen binnen dezelfde BEVEK of binnen hetzelfde compartiment?
Het betreft hier een beslissing van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) van 7 februari 2017. De DVB heeft zich hier moeten buigen over het feit of een omruiling van kapitalisatieaandelen in een nieuwe klasse van kapitalisatieaandelen van dezelfde BEVEK kan gebeuren zonder toepassing van beurstaks en van roerende voorheffing.
Voorafgaande beslissing 2017.037 van 14 maart 2017 over de kaaimantaks en de Luxemburgse SICAV-SIF: een moeilijke kwalificatie-oefening...
De “kaaimantaks” is een stelsel van fiscale transparantie met betrekking tot inkomsten behaald door juridische constructies, ingevoerd door de artikelen 38 tot 47 van de Programmawet van 10 augustus 2015, intussen aangepast bij wet van 26 december 2015. De “kaaimantaks” is enkel van toepassing op rijksinwoners en belastingplichtigen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Een bijzondere vraag die zich stelt, is in welke mate de kaaimantaks van toepassing is op binnen de EER gevestigde ICB’s. Wij bespreken deze problematiek aan de hand van de “casus” van de Luxemburgse beleggingsvennootschappen, in het bijzonder de Luxemburgse Sicav-SIF (in het Frans “Sicav-FIS” genoemd).