Toon items op tag: Kaaimantaks
Kaaimantaks – impact van en strijdigheid met dubbelbelastingverdragen
De rechtbank van eerste aanleg van Brussel heeft in zijn vonnis van 11 maart 2020 (A.R.. nr. 2018/4033/A onuitgegeven)1 een akkoord goedgekeurd tussen de oprichter van een Canadese trust en de Belgische fiscus, waarin wordt erkend dat een taxatie van inkomsten van die structuur in hoofde van de in België woonachtige oprichter ingevolge het doorkijkprincipe van de Belgische kaaimantaks, in strijd is met het dubbelbelastingverdrag ("DBV") tussen België en Canada.
De kaaimantaks als de yin en yang van de Belgische fiscaliteit. Een kritische commentaar bij de invoering van het nieuwe EER-KB en niet-EER-KB
De kaaimantaks was eerder door de wet van 25 december 2017 al verveld tot kaaimantaks 2.0; intrinsiek hetzelfde gebleven doch qua effectiviteit en toepassing voorwerp van een gedaanteverwisseling. Desalniettemin bleef die kaaimantaks 2.0 wat de EER betreft grotendeels dode letter, op de Luxemburgse SPF en de Liechtensteinse Stiftung en Anstalt na.
Ook wat de ICB’s betreft die in de EER gevestigd waren was er, ofschoon niet geheel onomstreden, een begin van interpretatieve duidelijkheid over de reikwijdte van de wetteksten in samenlezing met het oude KB van 18 december 2015. Het nieuwe EER-KB van 21 november 2018 echter gooit dit alles weerom driftig door elkaar en creëert, vooral met de zogenaamde “1%-entiteiten”, heel wat onduidelijkheid voor de praktijk. Voortaan, dit is vanaf 1 januari 2018, kan elke "normaal belaste” vennootschap gevestigd in een EER-lidstaat – dus mét inbegrip van de EU – onder de toepassingssfeer van de kaaimantaks vallen. Deze situatie is nu meer dan ooit actueel daar menig aandeelhouder van zo’n entiteit, nu voor het eerst voor de aangifte personenbelasting aanslagjaar 2019, heeft dienen te besluiten die al dan niet als beweerdelijke juridische constructie aan te geven, aangifte die ondertussen wellicht reeds werd ingediend. Zoals hierna zal blijken, is dat echter zeker géén uitgemaakte zaak.
De kaaimantaks “verrijkt” met het nieuwe EER-KB, heeft daarmee een yin en yang-effect op de Belgische fiscaliteit. De vennootschapsbelasting wordt immers via de kaaimantaks een onlosmakelijk deel van de personenbelasting, en omgekeerd, net zoals de yin en yang kosmische dualiteit niet louter tegenstellingen, maar vooral complementaire en elkaar aanvullende waarden zijn. Of dit nu een toe te juichen evolutie is, valt echter ernstig te betwijfelen.
Dit artikel verscheen in het Tijdschrift voor Fiscaal Recht, 569-570. Het volledige artikel kan u hier lezen.
Gerd D. Goyvaerts - Partner (gerdd.goyvaerts@tiberghien.com)
Christophe Coudron - Counsel (christophe.coudron@tiberghien.com)
De fiscale transparantie van de STAK beïnvloed door de kaaimantaks
In een vorig artikel bekeken we de impact van het KB van 21 november 2018 (‘het EER-KB’) op entiteiten gelegen binnen de EER besproken. Waar de kaaimantaks 2.0 ook in zijn hernieuwde versie voor EER-entiteiten grotendeels dode letter is gebleven maakt het nieuwe EER-KB hier radicaal komaf mee. Volgens artikel 1, eerste lid, 3° van het EER KB wordt namelijk elke rechtspersoon gelegen binnen de EER die niet aan enige inkomstenbelasting onderworpen is dan wel minder dan 1% inkomstenbelasting betaalt door het EER-KB geviseerd. Bijgevolg wordt elke EER-entiteit potentieel binnen de sfeer van de kaaimantaks gebracht, aangezien deze minimumdrempel van 1% jaarlijks dient te worden bepaald overeenkomstig de regels die van toepassing zijn voor het vestigen van de Belgische belasting over een hypothetische Belgische belastbare grondslag.
Kaaimantaks en beleggingsinstellingen: impact van de nieuwe koninklijke besluiten
De kaaimantaks voorziet een regime van fiscaal transparante belastingheffing voor de inkomsten geïnd door bepaalde laag belaste entiteiten (« juridische constructies »). De kaaimantaks is van toepassing op rijksinwoners en belastingplichtigen in de rechtspersonenbelasting. Wij bespreken kort de impact van twee koninklijke besluiten op de toepassing van de kaaimantaks op beleggingsinstellingen.
Seminarie Kaaimantaks
Seminarie: Kaaimantaks
Sprekers / team
Gerd D. Goyvaerts Christophe Coudron
Documentatie seminarie
Klik hier voor de presentatie van het Tiberghien Kaaimantaks seminarie - 3 april 2019
Bijkomende lectuur
Kaaimantaks nu ook aangepast voor niet-EER rechtspersonen
De kaaimantaks werd eerder bij KB van 21 november 2018 aangepast voor rechtspersonen binnen de EER. Daarover werd uitvoerig bericht in ons artikel in Fiscale actualiteit nr. 42.
De Franse SCI valt buiten de Kaaimantaks. Is dit goed nieuws?
"Vandaag verscheen het nieuwe “KB EER” in het Belgisch Staatsblad. Dit koninklijk besluit lijst de entiteiten binnen de EER op die geviseerd zijn door de Kaaimantaks. Wat is de impact van dit nieuw KB EER" op de Franse SCI?
De kaaimantaks 2.0: Een kritische commentaar bij de aanpassing van de kaaimantaks door de wet van 25 december 2017
De kaaimantaks is door de wet van 25 december 2017 verveld tot kaaimantaks 2.0, intrinsiek hetzelfde gebleven doch qua effectiviteit en toepassing voorwerp van een gedaanteverwisseling. Diegenen die dachten dat het ondertussen wel duidelijk geworden was hoe met de kaaimantaks om te gaan, kunnen opnieuw in de studieboeken duiken. De ondertussen afgegeven rulings zijn amper nog bruikbaar en een aantal fundamentele toepassingsprincipes dient volledig te worden herdacht. Zogenaamde "loopholes" werden gesloten of daar werd alleszins een ernstige poging toe ondernomen. De praktijk zal uitwijzen in welke mate deze hervormde kaaimantaks 2.0 zijn beoogde doel zal realiseren, namelijk het ontmoedigen van het opzetten van gestructureerde vermogens en voor zover deze nog voorkomen de daardoor gegenereerde inkomsten transparant te belasten, dan wel de opgehoopte reserves bij uitkering als dividend te taxeren. Het aantal interpretatieve onduidelijkheden is met de kaaimantaks 2.0 alleszins niet verminderd, sommige discussiepunten werden beslecht, anderen zijn dan weer in de plaats gekomen. Deze wetgeving blijft voer voor de creatieve praktizijn die zijn cliënt wil bijstaan in het fiscaal beheersen en beheren van de meer exotische, toch alleszins legaal gestructureerde vermogens en transacties. Het is afwachten hoe de Rulingcommissie met deze vernieuwde kaaimantaks 2.0 zal omgaan.
Kaaimantaks, a never ending story
De ministerraad van 8 juni heeft twee ontwerp-KB's goedgekeurd die het toepassingsgebied van de kaaimantaks verruimen. Het 'EER-KB' wordt in algemenere termen opgesteld, maar laat er daarnaast geen misverstand meer over bestaan dat 'fonds dédiés' van private ICB's onder de heffing vallen. Het tweede ontwerp laat de wijzigingen aan het EER-KB doorwerken buiten de EER. De ontwerpen liggen nu voor advies bij de Raad van State.
DE KAAIMANTAKS 2.0: Een korte inleiding over volkomen en onvolkomen fiscale transparantie anno 2018
In deze bijdrage over de kaaimantaks zullen we stilstaan bij de wijzigingen die werden aangebracht door de programmawet van 25 december 2017 en hoe deze het fiscale regime van de doorkijkbelasting diepgaand heeft gewijzigd. Daarbij kunnen we gemakkelijk spreken van een gedaanteverwisseling van het bestaande regime dat deels een andere finaliteit heeft gekregen, reden waarom wij kunnen gewagen van een kaaimantaks 2.0. Binnen het beperkte kader van deze bijdrage pogen we de motivering onderliggend aan deze wijzigingen te duiden alsmede een eerste commentaar te geven bij de concrete impact die deze wijzigingen kunnen hebben. Voor zover mogelijk wordt dat geïllustreerd met een aantal eenvoudige voorbeelden.