Advocaten / Avocats / Lawyers

dinsdag, 07 december 2021

VLABEL weigert aftrek van een regularisatieheffing als passief in de aangifte nalatenschap – (on)terecht?

De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) heeft in het standpunt nr. 20155 dd. 13 september 2021, zoals gepubliceerd dd. 1 oktober 2021, een aangepaste visie gepubliceerd inzake de aftrekbaarheid van een regularisatieheffing als passief in de nalatenschap. In haar oude standpunt nr. 15165 accepteerde VLABEL onder bepaalde voorwaarden wél nog de aftrek van de regularisatieheffing als passief in de nalatenschap. Met ingang van 1 oktober 2021 zal de regularisatieheffing echter niet langer als passief van de nalatenschap beschouwd worden, dit indien erfgenamen niet aangegeven buitenlandse inkomsten van de overledene voor de personenbelasting regulariseren. Hetzelfde geldt voor een regularisatieheffing die voortvloeit uit een regularisatieaangifte, die eerder werd ingediend door de erflater zélf, maar waarbij de betaling van de regularisatieheffing gebeurde door de erfgenamen nà het overlijden. VLABEL verwijst hiertoe naar een arrest van het Hof van Beroep Gent.

In het arrest dd. 23 maart 2021 had het Hof van Beroep Gent zich immers negatief uitgesproken over de mogelijkheid tot aftrek van een regularisatieheffing als schuld in de aangifte nalatenschap. Concreet betrof het een regularisatieheffing vastgesteld cf. de wet van 27 december 2005, zoals gewijzigd door de wet van 11 juli 2013 (zgn. EBAter). Het Hof oordeelde dat een regularisatieheffing een autonome heffing sui generis is en niet gelijk te stellen is met de onderliggende geregulariseerde belasting zélf. Deze ‘schuld’ staat volgens het Hof slechts definitief vast op het ogenblik van de betaling van de regularisatieheffing zelf en ontstaat dan ook pas op die dag, en niet op moment van het overlijden of eerder. Volgens het Hof is dus niet voldaan aan de voorwaarden van (oud) artikel 27 W. Succ. Het Hof oordeelt dat schulden tot betaling waarvan de erfopvolgers van de erflater gehouden zijn ingevolge hun eigen handelen niet in aanmerking komen voor aftrek, omdat zij de nalatenschap niet zouden bezwaren.

Deze redenering van het Hof, onderschreven door VLABEL in het hogervermelde standpunt, kan o.i. echter niet gevolgd worden. Zo is de kwalificatie van de regularisatieheffing als heffing sui generis en het moment van het ontstaan van de schuld als zodanig betwistbaar, zoals ook blijkt uit de rechtspraak wat betreft de kwalificatie van de regularisatieheffing als belasting[1]. De belastingschuld zélf was bovendien wél reeds ontstaan in hoofde van de erflater vooraf aan zijn overlijden. In principe worden niet-betaalde belastingen uiteraard wél geaccepteerd als schuld cf. (oud) artikel 27 W. Succ. in het passief van de nalatenschap, zodat eenzelfde redenering ook zou moeten gelden voor de regularisatieheffing, of minstens voor het onderdeel van de heffing, die dan als “modaliteit van betaling” dient te gelden en de eerder verschuldigde belastingen wel degelijk omvat.  

De realiteit vandaag is dat erfgenamen vandaag ook zonder uitzondering geconfronteerd met vragen inzake herkomst vermogen in hoofde van de erflater, dit in geval van een eerdere repatriëring door de erflater van in het buitenland gehouden tegoeden, ook post-factum. In de praktijk stellen we dan vast dat banken er vervolgens op aansturen om deze tegoeden te laten regulariseren door de erfgenamen middels een regularisatieaangifte bij het Contactpunt Regularisaties (CPR), dit in de mate dat niet ‘sluitend’ kan aangetoond worden dat de erflater zijn fiscale verplichtingen heeft voldaan in het verleden. Dit laatst is doorgaans onmogelijk wegens het verstrijken van de tijd en het niet meer beschikbaar zijn van documenten.

Ondanks het feit dat erfgenamen deze tegoeden in zo’n geval überhaupt niet ‘kunnen’ regulariseren via de procedure bij het CPR – de wet van 21 juli 2016 laat zulks immers de iure niet toe - zien velen zich hiertoe de facto genoodzaakt om de tegoeden beschikbaar te krijgen, en zo ook bevrijd te zijn van enig (vaak hypothetisch) strafrechtelijk risico. Zonder het indienen van een regularisatieaangifte, en de daaropvolgende betaling van de regularisatieheffing, zien de erfgenamen zich immers in de praktijk (vaak) geconfronteerd met een weigering door de bank van verdere dienstverlening, waardoor zij die gelden op geen enkele wijze verder kunnen beheren dan wel besteden.

In die hypothese zou men zich de vraag kunnen stellen wat de correcte waardering is van die activa in de aangifte nalatenschap. Indien men die activa alleszins wél dient aan te geven, dient men ook te accepteren dat de regularisatieheffing een zekere en definitieve last van de nalatenschap vormt, waarvan men de aftrek dient te accepteren in het passief. Alternatief dient de regularisatieheffing als een minderwaarde op de corresponderende activa te worden beschouwd.

Naar aanleiding van dit nieuwe standpunt dienen erfgenamen zich vandaag dus nog meer dan vroeger te beraden over hoe om te gaan met buitenlandse tegoeden gehouden door een erflater.

 

Voor verdere vragen hierover, aarzel niet om ons te contacteren:

Gerd D. Goyvaerts - Partner (gerdd.goyvaerts@tiberghien.com)

Elke De Leeuw – Senior Associate (elke.deleeuw@tiberghien.com)


[1] Er is wel degelijk sprake van een belasting: zie Rb. Brussel, 14 november 2017, 2016/489/A, rb. Brussel 19 juni 2018, 2016/655/A; rb. Brussel 30 november 2018, 2017/1406/A; rb. Brussel 30 november 2018, 2017/1407/A, rb. Brussel 30 november 2018, 2017/1408/A, rb. Brussel 19 juni 2018, 2017/1409/A; A contrario, Cass. 25 juni 2021, F.18.0083.N. (waarbij het Hof echter niet toetst aan art. 121, 7° van de Programmawet, doch enkel aan art. 121, 2°, 122, § 1, derde streepje en art. 127) en Antwerpen 9 januari 2018, Fisc.Koer. 2018, afl. 5, 875. Zie voor een uitgebreide toelichting tevens G.D. Goyvaerts, ”Enkele aspecten van de wet op de fiscale regularisatie aangaande private vermogens anno 2013 ”, TFR nr. 446, 636-637 en G.D. Goyvaerts, ”Fiscale regularisatie anno 2017 voor privévermogen – Een kritische beschouwing”, TFR nr. 527/528, 661-663.

Tiberghien Brussels

Tour & Taxis

Havenlaan|Avenue du Port 86C B.419
BE-1000 Brussels
T +32 2 773 40 00
F +32 2 773 40 55

info@tiberghien.com

Tiberghien Antwerp

Grotesteenweg 214 B.4
BE-2600 Antwerp
T +32 3 443 20 00
F +32 3 443 20 20

info@tiberghien.com

Tiberghien Ghent

Esplanade Oscar Van de Voorde 1
BE-9000 Gent
T +32 9 265 95 51

info@tiberghien.com

Tiberghien Hasselt

Koningin Astridlaan 35
BE-3500 Hasselt
T +32 11 57 00 13

info@tiberghien.com

Tiberghien Luxembourg

23, Boulevard Joseph II
LU-1840 Luxembourg
T +352 27 47 51 11
F +352 27 47 51 10

info@tiberghien.com