Advocaten / Avocats / Lawyers

dinsdag, 29 juni 2021

Hoe kan een belastingplichtige het bewijs leveren dat hij geen fiscaal inwoner (meer) is in België?

Een natuurlijke persoon is onderworpen aan de Belgische personenbelasting indien hij een fiscaal inwoner van België is. In de praktijk rijzen omtrent dit fiscaal inwonerschap regelmatig discussies tussen belastingplichtigen, die menen dat zij geen fiscaal inwoner (meer) zijn, en de fiscale administratie. Hierbij is het cruciaal voor de belastingplichtige om het bewijs te leveren dat hij of zij geen fiscaal inwoner in België (meer) is. Een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d. 23 juni 2020 (nr. 2019/AR/407) werpt een interessante blik op de bewijsmogelijkheden voor een natuurlijke persoon om te bewijzen dat zijn fiscaal inwonerschap niet (meer) in België ligt.

Twee echtgenoten woonden tot 2011 in België in het kader van hun beroepswerkzaamheid als specialisten in de tropische geneeskunde bij een onderzoeksinstituut. In 2011 werd de man van het koppel naar Gambia gedetacheerd om daar als onderzoeker-specialist te werken bij de Gambiaanse afdeling van het onderzoeksinstituut. In 2012 verhuisde ook mevrouw naar Gambia om in een soortgelijke functie te werken bij hetzelfde instituut. De belastingadministratie meende in 2015 evenwel dat het fiscaal inwonerschap van het echtpaar (nog steeds) in België lag n.a.v. een controle over de onroerende goederen op naam van de echtgenoten. Het echtpaar behield een woning in België en keerde regelmatig terug naar België. Hun bezoldigingen werden eveneens in België uitbetaald.

Vooreerst haalt het Hof de algemene toepasselijke bepalingen aan. Een natuurlijke persoon is onderworpen aan de Belgische personenbelasting indien hij zijn woonplaats in België gevestigd heeft of, indien hij geen woonplaats heeft in België, zijn zetel van fortuin zich in België bevindt. Aangezien de belastingplichtigen ingeschreven waren in het rijksregister tot 2018, ontstond een weerlegbaar wettelijk vermoeden dat zij hun woonplaats of zetel van fortuin in België hadden. De belastingplichtigen dienden m.a.w. het tegenbewijs te leveren dat hun fiscale woonplaats niet in België gelegen was.

Het Hof verwijst in zijn arrest regelmatig naar de administratieve circulaire omtrent het begrip “rijksinwoner” (Circulaire Ci.RH.241/585.607 d.d. 12 juli 2007). In deze circulaire verduidelijkt de administratie dat het tegenbewijs inzonderheid moet blijken uit de feitelijke omstandigheden die het verblijf in het buitenland kenmerken. Het Hof haalt vervolgens aan wat onder “woonplaats” dient te worden verstaan, met name de feitelijke woonplaats die noodzakelijkerwijze gekenmerkt wordt door een bepaalde bestendigheid of continuïteit. De zetel van fortuin is dan weer de plaats van waaruit het vermogen beheerd wordt. Om te beoordelen waar iemand zijn woonplaats heeft, moet worden nagegaan waar de persoon vast verblijft, waar zijn gezin gevestigd is en waar hij de vitale betrekkingen met zijn medemensen onderhoudt (sociaal, cultureel, …), aldus het Hof.

Hoewel de belastingwoonplaats de plaats is waar een natuurlijke persoon effectief en duurzaam verblijft, met andere woorden waar hij leeft en werkt, meent het Hof ook rekening te moeten houden met de evoluties in de samenleving en de economie. Het komt immers meer en meer voor dat een persoon zijn beroepsbezigheden niet uitoefent in hetzelfde land als dat waarin zijn gezin gehuisvest is en waar hij zijn vitale betrekkingen met zijn medemensen onderhoudt. In dit geval moeten de verschillende constitutieve bestanddelen van de belastingwoonplaats tegenover elkaar worden afgewogen, waarbij uiteraard meer belang moet worden gehecht aan het centrum van de huishoudelijke en vitale betrekkingen dan aan de plaats van het verblijf en van de beroepswerkzaamheden, aldus het Hof. De belastingwoonplaats wordt immers bepaald door het feit van de woning en meer in het bijzonder van de woning waar het gezin is gevestigd.

Het Hof bevestigt het standpunt van de belastingplichtigen en oordeelt dat zij geen fiscale inwoners meer waren na hun tewerkstelling in en verhuis naar Gambia op basis van de volgende overwegingen:

  • De belastingplichtigen betrokken een woning in Gambia die ter beschikking werd gesteld door hun werkgever;
  • De aard van hun functie en taakomschrijvingen bij het Gambiaanse onderzoeksinstituut en diverse krantenartikelen in de Gambiaanse pers bevestigen de noodzakelijke aanwezigheid van de belastingplichtigen in het kader van hun onderzoekswerkzaamheden;
  • De aanwezigheid van Gambiaanse verblijfs- en werkvergunningen;
  • De stempels op de paspoorten van de belastingplichtigen die wijzen op een veelvuldige aanwezigheid in Gambia;
  • De facturen voor water- en elektriciteitsverbruik in Gambia;
  • Het televisieabonnement en de facturen voor herstellingswerken en autokosten in Gambia;
  • De plaatselijke rijbewijzen en de vaccinatiebewijzen van hun hond in Gambia.
  • Een bankrekening in Gambia om te voorzien in de kosten en onderhoud van de belastingplichtigen.

De omstandigheden dat de belastingplichtigen een bankrekening hebben in België waarop hun bezoldigingen worden uitbetaald, dat zij gedetacheerd werden naar Gambia en dat zij regelmatig terugkeerden naar België, doen geen afbreuk aan het werkelijk en duurzaam verblijf van de belastingplichtigen in Gambia.

Bijgevolg besluit het Hof dat het verblijf van de belastingplichtigen in Gambia wordt gekenmerkt door de vereiste bestendigheid of continuïteit, in het bijzonder gelet op hun ononderbroken tewerkstelling als specialisten in de tropische geneeskunde.

Deze rechtspraak illustreert dat belastingplichtigen zich steeds goed bewust moeten zijn van hun fiscaal inwonerschap wanneer zij werken in en/of verhuizen naar het buitenland. Niet enkel het fysieke verblijf en het werk in het buitenland zijn belangrijk, maar ook de plaats waar het gezin woont en waar de belastingplichtige zijn vitale betrekkingen onderhoudt, is een doorslaggevend element. De belastingplichtige dient voorts aandacht te hebben voor zijn uitschrijving uit het rijks- en bevolkingsregister (wat een weerlegbaar vermoeden betreft).

De beoordeling van het fiscaal inwonerschap is bij uitstek een feitelijke beoordeling aan de hand van alle feitelijke elementen en omstandigheden (daarbij kan ook de intentie van de belastingplichtige een belangrijke rol spelen). Het bewijs dat de belastingplichtige geen rijksinwoner (meer) is in België kan met alle middelen en stukken geleverd worden, zoals het besproken arrest duidelijk weergeeft.

Vincent Vercauteren – Partner (vincent.vercauteren@tiberghien.com)

Christophe Dillen – Counsel (christophe.dillen@tiberghien.com)

Tayfun Anil – Associate (tayfun.anil@tiberghien.com)

Tiberghien Brussels

Tour & Taxis

Havenlaan|Avenue du Port 86C B.419
BE-1000 Brussels
T +32 2 773 40 00
F +32 2 773 40 55

info@tiberghien.com

Tiberghien Antwerp

Grotesteenweg 214 B.4
BE-2600 Antwerp
T +32 3 443 20 00
F +32 3 443 20 20

info@tiberghien.com

Tiberghien Ghent

Esplanade Oscar Van de Voorde 1
BE-9000 Gent
T +32 9 265 95 51

info@tiberghien.com

Tiberghien Hasselt

Koningin Astridlaan 35
BE-3500 Hasselt
T +32 11 57 00 13

info@tiberghien.com

Tiberghien Luxembourg

23, Boulevard Joseph II
LU-1840 Luxembourg
T +352 27 47 51 11
F +352 27 47 51 10

info@tiberghien.com